Bekabeling  < in bewerking >                                                                                                             <laatst bijgewerkt:  2016-01-05>
In het kort:  
Over kabels wordt in HiFi-land wellicht de meeste onzin verteld en vaak voor veel geld spullen verkocht die geen enkel effect op de geluidskwaliteit hebben.

Verwante onderwerpen:  


Inleiding

Luidsprekerkabels

Kabel van een hoofdtelefoon

Signaalkabels

Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MD element

Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MC element

Signaalkabels voor digitale verbindingen

Netsnoeren

Antenne kabels

Aarden of niet aarden?

Aarden i.v.m. onweer en bliksem

 


Inleiding


In High-end Hifi land wordt veel ophef gemaakt over kabels. Signaalkabeltjes worden steevast "Interlinks" genoemd, en je vindt de meest exotische -en vaak dure- signaal- en luidsprekerkabels, zelfs worden er peperdure netsnoeren aangeprezen.

Het is verbazingwekkend hoe hardnekkig sommige gebruikers of verkopers van zulk spul hun keuze verdedigen, ook nadat ze geconfronteerd waren met berekeningen en logische argumenten die aangeven dat een simpel kabeltje geen enkele merkbare signaalbeschadiging oplevert, en er met bijzondere kabels dus niets te verbeteren valt. 

 

In de meeste gevallen hoef je geen bijzondere aandacht aan kabels te geven, en waar dat wel moet hoeft dat nooit met hoge kosten gepaard te gaan.

Hieronder geef ik aan waar je op moet letten. 

Elke rubriek verwijst ook naar een hoofdstuk waarin ik een technische onderbouwing geef over de zin en vooral de onzin van bijzondere kabels voor dat doel.

In die hoofdstukken probeer ik ook alle juiste en onjuiste beweringen te verzamelen, en uiteraard de (on)juistheid aan te tonen. Als je dus nog een argument weet dat ik nog niet genoemd heb laat het me dan weten.

Er is een apart hoofdstuk over een aantal technische eigenschappen van kabels in het algemeen.



Luidsprekerkabels


Technisch artikel

De luidspreker kabels moeten een voldoend lage weerstand hebben. Voor 8 Ohm luidsprekers moet je je richten op  0.4 Ohm of lager. Bij kabellengtes tot ca. 5 meter kan dit gemakkelijk bereikt worden met lichtnet snoer van 0.5 mm2 ader doorsnede. Bij langere kabels is het verstandig om wat zwaarder snoer te nemen, bijv. 0.75 mm2 of nog beter 1.5 mm2. Laat nooit de heen-en teruggaande stroom door verschillende kabels lopen, tenzij die goed in elkaar gedraaid zijn (getwist) [argument: De zelfinductie neemt toe met de omspannen lus oppervlakte. Te grote zelfinductie kan een verlies aan hoge frequenties veroorzaken.] 
Het alom verkrijgbare rood/zwarte luidsprekersnoer is soms dunner dan 0.5 mm2 en dan alleen geschikt voor heel korte verbindingen. De dikke versies zijn uitstekend te gebruiken

Bij 4 Ohm luidsprekers moet je de dubbele doorsnede gebruiken.

 

Hieronder vind je een grafiek om de benodigde kabeldoorsnede te bepalen

Begin bij de benodigde kabellengte, ga dan recht omhoog tot je op de gewenste weerstand komt. Ga dan naar rechts tot een blauwe snijlijn van de eerstvolgende dikkere kabel.

De lengte hier is die van de kabel; de weerstand is die heen-en-terug.
Hier vind je een tabel met gegevens over draaddiameters en weerstand en zo. (uit een heel oud boekje)

 

Het is nuttig om een kabel te gebruiken met verschillend gekleurde aders. Het is namelijk erg belangrijk om de luidsprekers aan te sluiten met gelijke polariteit. (het doet er niet toe welke, maar het moet links, rechts en rondom wel allemaal hetzelfde zijn, ook bij surround opstellingen)
Het gebruik van afzonderlijke kabels naar de lage-, midden- en de hoge-tonen sectie van een luidsprekerkast heeft alleen zin als je ook gescheiden eindversterkers gebruikt. (Zie Multi-Amping)
Er is een artikel over wisselfilters, waarin ook dit onderwerp ter sprake komt.

 

De luidsprekerkabel kan een geringe invloed hebben op de demping van de luidspreker(s). Een apart hoofdstuk daarover vertelt dat dat wel losloopt, maar dat er veel ergere dingen aan de hand zijn met het wisselfilter.

Er doen allerlei verhalen de ronde over de capaciteit, de zelfinductie en het skin-effect in luidspreker kabels. Er zijn kabelsoorten te koop waarvan beweerd word dat ze er minder last van hebben, voor soms over de honderd euro per meter. Dat is weggegooid geld. Deze eigenschappen bestaan weliswaar, maar bij  huiskamer hifi  heb je er totaal geen last van. 

 

Sommige kabelfabrikanten claimen voor hun kabels een gunstig effect op de stabiliteit van de versterker. Dat is aardig gedaan van die kabelaar, maar overbodig, want zulke problemen kunnen en moeten alleen door de versterker fabrikant goed opgelost worden. Met de kabel eigenschappen valt er weinig aan te doen.



Kabel van een hoofdtelefoon


Hoofdtelefoons (koptelefoons) worden altijd compleet met kabel geleverd. Je hebt dus meestal geen keuze. Bij de keuze van een hoofdtelefoon moet je dus ook op een paar aspecten van de kabel letten:

Draadloze hoofdtelefoons:

Er verschijnen steeds meer draadloze hoofdtelefoons op de markt. Er hebben mij berichten bereikt dat de geluidskwaliteit matig tot best wel goed kan zijn, maar dat er geen echte topmodellen bij zitten. Er zijn nog wel eens klachten over het uitvallen van het geluid of andere stoorsignalen. Er zijn verschilende zend/ontvang methoden in gebruik zoals: Infra-rood, FM bij ca. 800 MHz en steeds meer met digitale Blue-Tooth techniek. Van deze laatste mag een betrouwbaardere ontvangst verwacht worden, echter alleen op korte afstand want Blue-Tooth is ontworpen voor afstanden van hooguit een meter of 10.
Een nadeel zal blijven dat draadloze systemen  -bij dezelfde akoestische kwaliteit- duurder zijn en ook zwaarder omdat er ook een ontvanger en vooral batterijen in zitten. 

Er kunnen zich complicaties voordoen m.b.t. het signaal nivo dat aan de zender wordt toegevoerd: oversturing van de zender, of te weinig signaal waardoor de hoeveelheid ruis toeneemt. Het is denkbaar dat er een automatische volume regeling aan de zenderzijde zit, maar dat willen we in echte hifi apparatuur niet, omdat dat de dynamiek van de muziek aantast (Het moet geen ClassicFM worden)

Verder speelt de vraag waar je het volume wilt regelen: aan de zenderzijde of aan de hoofdtelefoon zelf. 

Sommige systemen gebruiken ruis-onderdrukkings technieken waarvan het de vraag is of niet ook de dynamiek aangetast wordt.

Kortom: Ga alleen draadloos als het niet anders kan, informeer je terdege en eis een ruime uitprobeer periode.



Signaalkabels voor analoge signalen


Technisch artikel

Kabeltjes voor tussen de CD-speler en de versterker bijv.

De kant-en klaar in de bouwmarkt of bruingoed winkel gekochte standaard kabeltjes voldoen in alle gevallen, evenals de kabeltjes die meegeleverd worden met CD-spelers en dergelijke.
Laat je niet verleiden door allerlei technisch jargon waarmee peperdure "speciale" kabels verkocht worden. Dat is allemaal humbug over niet bestaande problemen. 

 

Er is 1 goed argument voor het gebruik van vergulde connectoren. Het geluid gaat er niet beter van klinken maar op de lange termijn (jaren) zul je geen problemen krijgen met een mogelijk slechte verbinding. Bij de gewone verchroomde connectoren kan door corrosie een verbinding uitvallen, zij het dat dat zelden gebeurt.  Als je dan de connector er een paar keer uithaalt en weer insteekt is het probleem over. Ga niet met schuurpapier aan het werk want dan komt er metaal bloot dat nog sneller corrodeert.
Bij de gebruikelijke tulp stekkertjes wil de bus nog wel eens slecht contact maken. Knijp in dat geval met een tang de bus van het stekkertje iets ovaal, dan klemt ' ie beter. 
Het gebruik van vergulde connectoren heeft alleen zin als zowel de steker als de connector aan het apparaat een vergulde aansluiting heeft.

 

Er wordt nogal eens gescholden op de cinch- of tulp stekkertjes die tegenwoordig standaard zijn in de audio wereld. Die kritiek is niet onterecht, maar met enige omzichtigheid valt er best wel te leven met deze dingen.

Het gebruik van symmetrische kabels (afgeschermd twisted pair) met XLR connectoren heeft alleen zin als de apparatuur uitgerust is met zulke symmetrische in- en uitgangen. Huiskamer Hifi apparatuur heeft dat meestal niet. 
Twisted pair is de standaard voor Public Address en opneem studio's, omdat daar vaak kleine (microfoon) signalen over grote afstanden getransporteerd moeten worden in een soms storende omgeving (dimmers van het theater licht). Men heeft XLR connectoren gekozen omdat die nogal robuust zijn, ze gaan niet stuk als je er eens op gaat staan, en ze hebben een goede trekontlasting.

Als je echte symmetrische verbindingen wilt gebruiken voor stereo moet je ook op de polariteit van de kabels letten, net als bij de luidspreker kabels.



Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MD element


Technisch artikel

Bij vinyl platenspelers met een Moving Magnet element (MM of MD = magnetodynamisch, het meest gebruikelijke type) is er iets bijzonders aan de hand. De zelfinductie van het element vormt samen met de kabelcapaciteit een laag doorlaat filter, dat niet zelden al bij zo'n 10 kHz begint af te vallen. Ten dele wordt dit gecompenseerd door de mechanische resonatie van het naald-armpje. De lengte van de kabel speelt hier beslist een flinke rol i.v.m. de geluidskwaliteit.



Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MC element


Technisch artikel

Bij vinyl platenspelers met een Moving Coil element (MC, of ED = Elektro Dynamisch) ) moet je oppassen. Deze elementen -en de bijbehorende speciale voorversterkers- hebben vaak een zeer lage impedantie (enkele Ohms)  zodat de weerstand van de kabel en die van de mantel al snel een flinke invloed kan hebben.

Gebruik hier een zo kort mogelijke kabel, met een gevlochten (dus niet gewikkelde) afscherming, of een kabel waarin ook een blanke ader met de afscherming meeloopt (een z.g. drain wire).

Zorg er ook voor / controleer dat de afscherm mantels (of retourleidingen) van de beide stereo kanalen niet ook in de platenspeler doorverbonden zijn. De doorverbinding mag alleen bij de voorversterker zitten. Zo'n dubbele doorverbinding kan veroorzaken dat de kanaalscheiding beduidend slechter wordt.



Signaalkabels voor digitale verbindingen


Technisch artikel

Bij digitale audio verbindingen gaat het om signalen van enkele MHz tot over de 10 MHz. Dat is andere koek dan analoog audio. De (gunstige) keerzijde van de medaiile is dat digitale signalen nogal wat verminking en toegevoegde storing kunnen lijden voordat dat merkbaar wordt. We noemen dat de storings marge

In de huiskamer Hifi wereld kom je voornamelijk drie soorten digitale verbindingen tegen. 

De geluidskwaliteit van al deze verbindingen is volstrekt identiek, mits je je aan de bovenstaande regels houdt.

Laat je niet verleiden door allerlei technisch jargon waarmee peperdure "speciale" kabels verkocht worden. Dat is allemaal humbug over niet bestaande problemen.


Netsnoeren


Technisch artikel

Aan netsnoeren voor hifi apparatuur worden geen bijzondere eisen gesteld.
Het is aanbevelenswaardig om alle apparatuur, evt. via verdeelsloffen, op 1 wandcontactdoos aan te sluiten. Dit moet in ieder geval als er apparaten bij zitten met een randaarde steker.
Het kan zijn dat je bij bepaalde signaalbronnen last hebt van een brom-geluid.  Het kan een enkele keer helpen als je de steker van dat apparaat omkeert in z'n stopcontact of slof. Als de brom daarmee niet weggaat of als er geaarde apparatuur bij zit heb je waarschijnlijk een aardlusprobleem.
Hou netsnoeren uit de buurt van signaalkabels die een zeer laag signaal nivo dragen, zoals bijv. die van de vinyl platenspeler en microfoons.
Speciale netsnoeren voor bijv. digitale apparatuur is kolder, c.q. oplichterij.

Het gebruik van scheidingstransformatoren, netfilters of netspannings stabilisatoren, of iedere andere vorm van power-conditioning is vrijwel altijd overbodig. Alleen in het sporadische geval dat je last hebt van  storingen van buitenaf, is er een kleine kans dat zulke middelen bijdragen aan een oplossing, maar meestal zijn zulke problemen met veel eenvoudigere en goedkopere middelen op te lossen, weliswaar IN de kast van de betreffende apparaten.


Antenne kabels


Voor het verlengen van kabels van kabel-TV en eigen antenne's (dakharken) moet altijd 75 Ohm coaxiaal kabel gebruikt worden. Dit soort kabel en de goede connectors (let op de mannetjes en de vrouwtjes) zijn normaal in de bouwmarkt verkrijgbaar. 

Je mag zulke kabels niet zomaar aftakken. Als je het signaal naar meerdere apparaten wilt voeren moet je splitters gebruiken. Bedenk dat iedere splits het signaal tenminste halveert. Als je naar meer dan 3 of 4 verschillende apparaten wilt is een antenneversterker aan te raden. Neem er een met veel uitgangen, dan hoeven er verder weinig splitters in. Probeer te voorkomen dat er een situatie van splitter na splitter na splitter ontstaat.

Meestal kun je het signaal voor TV en voor FM-radio via dezelfde splitters, versterkers en kabels transporteren, maar soms zit er in de officiele kabel-aansluitdoos een filter dat de FM en de TV-signalen splitst. Controleer dat vooraf, en vervang die doos dan door eentje zonder filter.

De mannetjes en de vrouwtjes connectoren zijn bij FM net andersom dan bij TV. (maar ik kan nooit onthouden hoe)

Als je internet of telefoon hebt via de kabel moet de kabelmodem aan de "straat" kant van de eerste splitter of de versterker zitten. Dat geldt ook voor digitale (betaal) TV.
Als je het signaal van een eigen antenne (dakhark) door het huis wilt verdelen is het verstandig om te beginnen met een antenne versterker, zo dicht mogelijk bij waar de kabel van de antenne het huis binnen komt. Als het antenne signaal eerst teveel verzwakt is door een lange kabel of door splitters krijg je het daarna met versterkers nooit meer goed.

De signalen van de diverse antennes kunnen in de mast gecombineerd worden in een speciale koppeldoos. Let erop of de antennes zelf een symmetrische (lintkabel) of een coax aansluiting hebben. Zonodig moet er een balun tussen.

>


Aarden of niet aarden?


Het aarden van elektrische apparaten doen we uitsluitend voor de elektrische veiligheid.

Veruit de meeste audio apparatuur is voorzien van een netsnoer zonder aard-aansluiting. De isolatie tussen het lichtnet deel en de rest van dat apparaat is dan zo goed dat aarden niet nodig is voor de elektrische veiligheid. Je vindt dan op de achterkant een symbooltje dat bestaat uit twee in elkaar getekende vierkantjes. Dat betekent "dubbel ge´soleerd".

Apparaten die dat niet hebben worden geleverd met een rand-aarde steker en moeten op een geaard stopcontact (wandcontactdoos) aangesloten worden. Zeer zeker als je een stenen vloer hebt.
Soms gebeurt het met dubbel-geisoleerde apparatuur dat je toch iets voelt "prikken" als je de metalen kast aanraakt terwijl je de centrale verwarming beet hebt of met blote voeten op de stenen vloer staat. Als je dat hinderlijk vindt (voor het geluid maakt het niet uit) is het raadzaam om de apparatuur te aarden. Meestal is het voldoende om slechts 1 apparaat te aarden, bij voorkeur de (centrale) versterker. Als je versterker geen mogelijkheid voor een aard-aansluiting heeft dan kun je aan de achterkant een bevestigingsschroefje van de kap los draaien en daaronder de aarddraad bevestigen, liefst met een aangeknepen ringetje (ringtong)  Gebruik soepele geel/groene draad voor de duidelijkheid. De draaddikte doet er niet toe. Het aarden van apparaten met een plastic kast heeft geen zin.

Aarden gaat natuurlijk alleen als er ook geaarde stopcontacten (wandcontact dozen) beschikbaar zijn. In veel woonkamers is dat niet het geval.

De regels voor (rand) aarde waren vˇˇr pakweg 1990 zo dat alleen in woon- of slaapvertrekken in woonhuizen ongeaarde contact dozen gebruikt mochten worden, en dan nog alleen als de afgewerkte vloer voldoende isolerend is. Dus niet bij een (natuur) stenen vloer, in de gang, de speelhal, een hotelkamer of een beddenwinkel.
Nieuwe regels i.v.m. de harmonisering van Europesche regelgeving geven aan dat er altijd (rand) aarde contact dozen geplaatst moeten worden bij nieuw- of verbouw. Er is geen verplichting om oudere bouw op peil te brengen.


Er bestaan veel misvattingen over aarden in verband met storing van buitenaf.  Last door storingen van buitenaf komt bij audio apparatuur betrekkelijk zelden voor, en als er inderdaad een stoorprobleem is, zal aarden meestal niet helpen. Erger nog: Het komt nogal eens voor dat juist het aanbrengen van aardverbindingen een stoorprobleem veroorzaakt. In het hoofdstuk over storing vertel ik er meer over.



Aarden i.v.m. onweer en bliksem


Hoog uitstekende antennemasten (harken, sprieten zowel als satelietschotels) dienen geaard te worden om binnenshuis geen of minder last te hebben van corona ontladingen (St. Elmisvuur) of schade te beperken bij een directe inslag. 


In Nederland zit het distributie netwerk voor laagspanning (230 Volt) en middenspanning (vaak 10 kVolt) vrijwel overal onder de grond. Dat houdt in dat de effecten van een bliksem inslag niet ver zullen propageren.

Bij een inslag dichtbij is er zeker kans op schade aan je spullen, maar aarden van je apparatuur en / of het gebruik van lichtnetfilters helpt daartegen zo goed als niet. Bij zo'n inslag ontstaat er een enorm sterke magnetische impuls die in alle geleiders een spanning induceert, ook in afgeschermde geleiders! Signaal in- of uitgangen van je audio apparatuur kunnen daardoor gemakkelijk defect raken. De lichtnet kant van elektronische spullen is doorgaans veel beter bestand tegen dergelijke pulsen.


Verdere maatregelen om schade bij dit soort gebeurtenissen te voorkomen of te beperken vallen buiten het bereik van deze website.
Je kunt je hierover informeren bij websites en buro's die gespecialiseerd zijn in bliksem beveiliging.