Beschadiging van het analoge audio signaal.

Een  analoog elektrisch signaal kan maar op een paar manieren beschadigd raken. Dat zijn:

  1. Afwijkingen in de overdracht van amplitude / fase versus de frequentie, c.q. de impuls responsie.
    De amplitude overdracht is een grafiek die aangeeft met welke sterkte signalen van verschillende frequenties doorgegeven worden. Vaak wordt dit de "frequentie-karakteristiek" genoemd.
    In zo'n grafiek kan ook de fase getekend worden, dat is ruwweg de tijdsvertraging die de signalen onderweg ondervinden.
    In een goed audio systeem dient de grafiek van de amplitude overdracht vlak te zijn vanaf minimaal 20 Hz tot ruim over 20 kHz.
    De grafiek van de fase-overdracht dient over hetzelfde frequentiegebied een rechte lijn te zijn. De hoek waaronder die lijn staat doet er niet toe, want dat betekent slechts een gelijke tijdvertraging voor alle frequenties (gelijke groeplooptijden). 
    Het begrip impulsresponsie is de reactie van een systeem in de tijd gezien. Hoe reageert het op een plotselinge verandering aan de ingang.
    De amplitude / fase karakteristiek kan via de Fourie
    r-transformatie omgerekend worden in de impuls responsie en vice versa. Het zijn 2 verschillende manieren om hetzelfde weer te geven: "De Overdracht", enerzijds weergegeven in het frequentie/fase domein, anderzijds in het tijddomein.

    Het is "bij vriend en vijand" geaccepteerd, dat geleidelijke afwijkingen in de amplitude/fase karakteristiek kleiner dan ca. 1 dB niet waarneembaar zijn. 1 dB is ongeveer 10% in signaal amplitude. Dat is zeer goed meetbaar.
    Elektronische apparatuur zoals CD-spelers en versterkers en de invloed van kabels hebben hooguit geleidelijk verlopende afwijkingen van de amplitude karakteristek.  In ieder geval geen grillige afwijkingen.

    Afwijkingen in de amplitude karakteristiek die heel grillig verlopen zijn waarschijnlijk beter hoorbaar, ook als de amplitude afwijkingen minder dan 1 dB bedragen.
    Vooral microfoons en luidsprekers hebben doorgaans zulke grillig verlopende amplitude karakteristieken, veelal met uitwijkingen van een aantal dB's. Dat is de reden dat luidspreker(kasten) zo verschillend klinken, en dat bij opnames van muziek de microfoon keuze erg belangrijk is.

    Beschadigingen van het signaal in deze zin kunnen o.a. veroorzaakt worden door:
     - Versterkers. Maar dat is zeldzaam, want alle fatsoenlijke versterkers doen dit uitstekend. Bij de "complete" mini / midi-setjes en ghetto blasters gebeurt het nog wel eens dat er in de versterker iets geprust is om de tekortkomingen van de meegeleverde luidsprekers te verdoezelen. Als je dan echt goede luidsprekers aansluit kan dat onaangename effecten hebben.
    -  Signaalkabels. Bij zeer lange (>10 meter) signaalkabels kan er een verlies van hoge frequenties ontstaan door de kabel capaciteit. Bij kortere kabels is dat volstrekt verwaarloosbaar. Signaalkabels van diverse makelij onderscheiden zich nauwelijks in dit opzicht.
    -  Luidspreker kabels. Bij lange luidspreker kabels (> 10 meter) kan de zelfinductie van de kabel een gering verlies van de allerhoogste frequenties geven.
    Een te dunne aderdoorsnede kan allerlei problemen opleveren, van boemerig laag tot een gebrek aan hoge tonen. Zie de thema pagina over luidspreker kabels

  2. Niet-lineariteiten, THD
    Bij transducers zoals microfoons, analoge pick-up elementen en luidsprekers, en bij alle versterkers en audio transformatoren kunnen er niet-lineariteiten optreden. Het resultaat daarvan is dat er -bij continue tonen- som- en verschilfrequenties ontstaan (intermodulatie), evenals harmonischen (boventonen). Soms is zulke vervorming vrij gemakkelijk waar te nemen met een test-CD. Als er in een deel van de signaalweg oversturing optreedt is de vervorming meestal ernstig.
    Er bestaan verschillende vormen en oorzaken van vervorming. Er is een aparte thema-pagina over vervorming.

    Kabels hebben ten ene male geen last van zulk soort vervorming. Het zou kunnen gebeuren bij een slecht contact van een connector, maar dan heb je meestal ook andere, veel duidelijker waarneembare problemen, zoals complete uitval van 1 of meer van de stereo-kanalen of kraakgeluiden.
    Het gebruik van vergulde connectoren is een goede garantie om ook op termijn van jaren geen problemen met slechte contacten te krijgen.

  3. Ruis
    Ruis is een principieel probleem bij zeer gevoelige voorversterkers. Kabels hebben er geen invloed op. Als er een ruisprobleem is in een audio installatie dan hoor je dat in de pauzes van de muziek (oor aan de luidspreker, je hoort een soor sis-geluid)
    Bij weergave van CD's en dergelijke is ruis geen enkel probleem; de signaalsterkte op de signaalkabels is zo groot dat de principiele ruis volstrekt verwaarloosbaar is.

  4. Stoorsignalen afkomstig van buiten de audio installatie
    Zo af en toe komen zulke problemen voor in audio apparatuur. Meestal gaat het om een brom-probleem, en soms gaat het om de instraling van een al-of-niet legale radio/TV-zender in de buurt. In al zulke gevallen manifesteert zich dit als bijgeluiden die goed onderscheidbaar zijn van de muziek. Zet de CD-speler op pauze, draai de volume regelaar flink op en luister met het oor aan de luidspreker. Als je niets anders hoort dan wat zachte ruis dan is er niets aan de hand.
    Als er echt zo'n probleem is kan een andere signaalkabel een verschil uitmaken, maar meestal moet er dan veel meer gebeuren. Dit is geen gemakkelijke materie.
    Nogmaals: zulke stoor-problemen hebben geen effect op de klank of de ruimtelijke weergave; het manifesteert zich uitsluitend in bijgeluiden.

  5. Helaas, meer manieren waarop een analoog audio signaal verziekt kan worden zijn er niet.
    Als je denkt er toch nog 1 te weten ontvang ik graag een e-mail.