Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MD element
Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MC element
Signaalkabels voor digitale verbindingen
Aarden i.v.m. onweer en bliksem
In High-end Hifi land wordt veel ophef gemaakt over kabels. Signaalkabeltjes worden steevast "Interlinks" genoemd, en je vindt de meest exotische -en vaak dure- signaal- en luidsprekerkabels, zelfs worden er peperdure netsnoeren aangeprezen.
Het is verbazingwekkend hoe hardnekkig sommige gebruikers of verkopers van zulk spul hun keuze verdedigen, ook nadat ze geconfronteerd waren met berekeningen en logische argumenten die aangeven dat een simpel kabeltje geen enkele merkbare signaalbeschadiging oplevert, en er met bijzondere kabels dus niets te verbeteren valt.
In de meeste gevallen hoef je geen bijzondere aandacht aan kabels te geven, en waar dat wel moet hoeft dat nooit met hoge kosten gepaard te gaan.
Hieronder geef ik aan waar je op moet letten.
Elke rubriek verwijst ook naar een hoofdstuk waarin ik een technische onderbouwing geef over de zin en vooral de onzin van bijzondere kabels voor dat doel.
In die hoofdstukken probeer ik ook alle juiste en onjuiste beweringen te verzamelen, en uiteraard de (on)juistheid aan te tonen. Als je dus nog een argument weet dat ik nog niet genoemd heb laat het me dan weten.
Er is een apart hoofdstuk over een aantal technische eigenschappen van kabels in het algemeen.
Er is een "Kort en Bondig" hoofdstukje over bekabeling.
De
luidspreker kabels moeten een voldoend lage weerstand hebben. Voor 8 Ohm
luidsprekers moet je je richten op 0.4 Ohm of lager. Bij kabellengtes tot
ca. 5 meter kan dit gemakkelijk bereikt worden met lichtnet snoer van 0.5 mm2
ader doorsnede. Bij langere kabels is het verstandig om wat zwaarder snoer te
nemen, bijv. 0.75 mm2 of nog beter 1.5 mm2. Laat nooit de heen-en teruggaande
stroom door verschillende kabels lopen, tenzij die goed in elkaar gedraaid zijn
(getwist) [argument: De zelfinductie neemt toe met de omspannen lus oppervlakte.
Te grote zelfinductie kan een verlies aan hoge frequenties veroorzaken.]
Het alom verkrijgbare rood/zwarte luidsprekersnoer is soms dunner dan 0.5 mm2 en
dan alleen geschikt voor heel korte verbindingen.
Bij 4 Ohm luidsprekers moet je de dubbele doorsnede gebruiken.
Hieronder vind je een grafiek om de benodigde kabeldoorsnede te bepalen

Begin bij de benodigde kabellengte, ga dan recht omhoog tot je op de gewenste weerstand komt. Ga dan naar rechts tot een blauwe snijlijn van de eerstvolgende dikkere kabel.
De
lengte hier is die van de kabel; de weerstand is die heen-en-terug.
Hier
vind je een tabel met gegevens over draaddiameters en weerstand en zo. (uit
een heel oud boekje)
Het
is nuttig om een kabel te gebruiken met verschillend gekleurde aders. Het is
namelijk erg belangrijk om de luidsprekers aan te sluiten met gelijke
polariteit. (het doet er niet toe welke, maar het moet links, rechts en
rondom wel allemaal hetzelfde zijn, ook bij surround opstellingen)
Het gebruik van afzonderlijke kabels naar de lage-, midden- en de hoge-tonen
sectie van een luidsprekerkast heeft alleen zin als je ook gescheiden
eindversterkers gebruikt. (Zie Bi/Tri-wiring,
en Bi/Tri-Amping)
Er is een artikel over wisselfilters,
waarin ook dit onderwerp ter sprake komt.
De
luidsprekerkabel kan een geringe invloed hebben op de demping van de
luidspreker(s). Een apart hoofdstuk daarover
vertelt dat dat wel losloopt, maar dat er veel ergere dingen aan de hand
zijn met het wisselfilter.
Er doen allerlei verhalen de ronde over de capaciteit, de zelfinductie en het skin-effect in luidspreker kabels. Er zijn kabelsoorten te koop waarvan beweerd word dat ze er minder last van hebben, voor soms over de honderd euro per meter. Dat is weggegooid geld. Deze eigenschappen bestaan weliswaar, maar bij huiskamer hifi heb je er totaal geen last van.
In een afzonderlijk technisch artikel zet ik uiteen waarom.
Sommige kabelfabrikanten claimen voor hun kabels een gunstig effect op de stabiliteit van de versterker. Dat is aardig gedaan van die kabelaar, maar overbodig, want zulke problemen kunnen en moeten alleen door de versterker fabrikant goed opgelost worden. Met de kabel eigenschappen valt er weinig aan te doen.
Hoofdtelefoons (koptelefoons) worden altijd compleet met kabel geleverd. Je hebt dus meestal geen keuze. Bij de keuze van een hoofdtelefoon moet je dus ook op een paar aspecten van de kabel letten:
De kabel dient niet te zwaar te zijn van gewicht. Een zware kabel trekt aan de schelpen, en dat is hinderlijk.
De kabel moet redelijk lang zijn om je niet te verplichten vlak bij de apparatuur te gaan zitten.
De kabel moet soepel zijn om gemakkelijk met je bewegingen mee te gaan.
De kabel moet mechanische trillingen dempen of slecht geleiden. Het gaat bijv. om het geluid van het schuren van de kabel langs je kleren dat niet in de schelpen moet komen.
De
beide schelpen dienen ieder een eigen retourleiding te hebben, die pas in de
steker met elkaar verbonden zijn. Als er een soort tweelingsnoer aan zit dat
zich op een paar decimeter bij de hoofdtelefoon uitsplitst naar de beide
schelpen is dat meestal het geval. Als de kabel naar 1 schelp gaat en er een
aftakking "over het hoofd" naar de andere schelp gaat is een
nadere inspectie op z'n plaats.
(Bij een gemeenschappelijke retourleiding kan er gemakkelijk overspraak
optreden tussen links en rechts. Dat beinvloedt het geluidsbeeld)
De wat ouderwetse low-fi hoofdtelefoons met 8 of 16 Ohm impedantie hadden
vaak zo'n verbinding.
Vermijd het gebruik van een verlengkabel, want die hebben altijd een gemeenschappelijke retourleiding waardoor er links-rechts overspraak kan optreden.
De kabel is meestal afgeschermd, maar dat is vooral om redenen van beschikbaarheid van een kabel die aan bovenstaande eisen voldoet. Om EMC redenen is die afscherming niet nodig.
Het is nuttig als de kabel met stekkertjes aan de schelpen verbonden is. Bij een ruk of een valpartij schiet (hopelijk) het stekkertje los en breekt de kabel niet. Bovendien: Als de kabel toch beschadigd is kun je mogelijk een nieuwe bestellen. Het is mij niet bekend of er een standaard voor zulke stekkertjes bestaat, dus het is niet zeker dat een kabel van het ene merk op de schelpen van een ander merk past.
Draadloze hoofdtelefoons:
Er
verschijnen steeds meer draadloze hoofdtelefoons op de markt. Er hebben mij
berichten bereikt dat de geluidskwaliteit matig tot best wel goed kan zijn, maar
dat er geen echte topmodellen bij zitten. Er zijn nog wel eens klachten over het
uitvallen van het geluid of andere stoorsignalen. Er zijn verschilende
zend/ontvang methoden in gebruik zoals: Infra-rood, FM bij ca. 800 MHz en
mogelijk steeds meer met nieuwe digitale blue-tooth techniek. Van deze laatste
mag een betrouwbaardere ontvangst verwacht worden.
Een nadeel zal blijven dat draadloze systemen -bij dezelfde akoestische
kwaliteit- duurder zijn en ook zwaarder omdat er ook een ontvanger en vooral
batterijen in zitten.
Er kunnen zich complicaties voordoen m.b.t. het signaal nivo dat aan de zender wordt toegevoerd: oversturing van de zender, of te weinig signaal waardoor de hoeveelheid ruis toeneemt. Het is denkbaar dat er een automatische volume regeling aan de zenderzijde zit, maar dat willen we in echte hifi apparatuur niet, omdat dat de dynamiek van de muziek aantast (Het moet geen ClassicFM worden)
Verder speelt de vraag waar je het volume wilt regelen: aan de zenderzijde of aan de hoofdtelefoon zelf.
Sommige systemen gebruiken ruis-onderdrukkings technieken waarvan het de vraag is of niet ook de dynamiek aangetast wordt.
Kortom: Ga alleen draadloos als het niet anders kan, informeer je terdege en eis een ruime uitprobeer periode.
Signaalkabels voor analoge signalen
Kabeltjes voor tussen de CD-speler en de versterker bijv.
De
kant-en klaar in de bouwmarkt of bruingoed winkel gekochte standaard kabeltjes
voldoen in alle gevallen, evenals de kabeltjes die meegeleverd worden met
CD-spelers en dergelijke.
Laat je niet verleiden door allerlei technisch jargon waarmee peperdure
"speciale" kabels verkocht worden. Dat is allemaal humbug over niet
bestaande problemen.
In een afzonderlijk hoofdstuk zet ik uiteen waarom
Er
is 1 goed argument voor het gebruik van vergulde connectoren. Het geluid gaat er
niet beter van klinken maar op de lange termijn (jaren) zul je geen problemen
krijgen met een mogelijk slechte verbinding. Bij de gewone verchroomde
connectoren kan door corrosie een verbinding uitvallen, zij het dat dat zelden
gebeurt. Als je dan de connector er een paar keer uithaalt en weer
insteekt is het probleem over. Ga niet met schuurpapier aan het werk want dan
komt er metaal bloot dat nog sneller corrodeert.
Bij de gebruikelijke tulp stekkertjes wil de bus nog wel eens slecht contact
maken. Knijp in dat geval met een tang de bus van het stekkertje iets ovaal, dan
klemt ' ie beter.
Het gebruik van vergulde connectoren heeft alleen zin als zowel de steker als de
connector aan het apparaat een vergulde aansluiting heeft.
Er wordt nogal eens gescholden op de cinch- of tulp stekkertjes die tegenwoordig standaard zijn in de audio wereld. Die kritiek is niet onterecht, maar met enige omzichtigheid valt er best wel te leven met deze dingen.
In de categorie "om zelf aan een kabel te monteren" kom je nogal wat uiteenlopende kwaliteiten tegen. Soms rollen ze domweg uit elkaar. Het monteren vergt altijd een soldeerbout, als je niet oplet heb je gemakkelijk een sluiting en de trek-ontlasting is uiterst mager.
De koop- kabeltjes hebben aangespoten connectoren. De trekontlasting is hier meestal beter, maar ook niet echt goed. Je moet echt niet aan de kabeel trekken om 'm los te nemen want dan is er een goede kans dat er iets stuk gaat.
Bij het insteken maakt de centrale signaal pen het eerst contact, en daarna pas de afcherm mantel / retour leiding. Dit leidt soms tot harde knallen bij het "hot" insteken.
Het
gebruik van symmetrische kabels (afgeschermd twisted pair) met XLR connectoren
heeft alleen zin als de apparatuur uitgerust is met zulke symmetrische in- en
uitgangen. Huiskamer Hifi apparatuur heeft dat meestal niet.
Twisted pair is de standaard voor Public Address en opneem studio's, omdat
daar vaak kleine (microfoon) signalen over grote afstanden getransporteerd
moeten worden in een soms storende omgeving (dimmers van het theater licht). Men
heeft XLR connectoren gekozen omdat die nogal robuust zijn, ze gaan niet stuk
als je er eens op gaat staan, en ze hebben een goede trekontlasting.
Als je echte symmetrische verbindingen wilt gebruiken voor stereo moet je ook op de polariteit van de kabels letten, net als bij de luidspreker kabels.
Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MD element
Bij vinyl platenspelers met een Moving Magnet element (MM of MD = magnetodynamisch, het meest gebruikelijk type) is er iets bijzonders aan de hand. De zelfinductie van het element vorm samen met de kabelcapaciteit een laag doorlaat filter, dat niet zelden al bij zo'n 10 kHz begint af te vallen. Ten dele wordt dit gecompenseerd door de mechanische resonatie van het naald-armpje.
Signaalkabels voor vinyl platenspelers met een MC element
Bij vinyl platenspelers met een Moving Coil element (MC, of ED = Elektro Dynamisch) ) moet je oppassen. Deze elementen -en de bijbehorende speciale voorversterkers- hebben vaak een zeer lage impedantie (enkele Ohms) zodat de weerstand van de kabel en die van de mantel al snel een flinke invloed kan hebben.
Gebruik hier een zo kort mogelijke kabel, met een gevlochten (dus niet gewikkelde) afscherming, of een kabel waarin ook een blanke ader met de afscherming meeloopt (een z.g. drain wire).
Zorg er ook voor / controleer dat de afscherm mantels (of retourleidingen) van de beide stereo kanalen niet ook in de platenspeler doorverbonden zijn. De doorverbinding mag alleen bij de voorversterker zitten. Zo'n dubbele doorverbinding kan veroorzaken dat de kanaalscheiding beduidend slechter wordt.
Signaalkabels voor digitale verbindingen
Bij digitale audio verbindingen gaat het om signalen van enkele MHz tot over de 10 MHz. Dat is andere koek dan analoog audio. De (gunstige) keerzijde van de medaiile is dat digitale signalen nogal wat verminking en toegevoegde storing kunnen lijden voordat dat merkbaar wordt. We noemen dat de storings marge
In de huiskamer Hifi wereld kom je voornamelijk drie soorten digitale verbindingen tegen.
Coaxiaal
of S/PDIF met tulp stekkertjes.
Voor korte S/PDIF verbindingen kunnen dezelfde soort kabeltjes gebruikt
worden als voor analoge signalen. Per verbinding is er slechts 1 nodig,
zodat je zo'n dubbele kunt splitsen. (Let erop dat je een kabeltje koopt dat
zich laat splitsen. Dan heb je er gelijk twee)
Voor een coax verbinding van meer dan een paar meter moet je een kabel
met een karakteristieke
impedantie van 75 Ohm gebruiken. Hiervoor kun je het zelfde soort coax
kabel gebruiken dat ook geschikt is om bijv. kabel-TV-kabels te verlengen.
Je moet er wel zelf de goede stekkertjes aan zetten. Neem geen dikke coax,
want dan past de mantel niet door de kap van het stekkertje.
Een digitale kabel mag niet afgetakt worden om het signaal naar meerdere
apparaten te brengen. Het is mogelijk dat er splitter-versterkers in de
handel zijn, maar ik heb daar op dit moment geen weet van.
Optisch
of TOSLINK.
Voor optische verbindingen is een speciale optische kabel nodig (plastic
fiber). De kabel en de stekkertjes zijn tegenwoordig ook wel los te koop in
de elektronica winkel. Reken op een paar euro voor de stekkertjes en een
euro per meter voor de kabel.
Voor lange verbindingen is de plastic fiber minder geschikt, het licht wordt
met ongeveer 1.5 dB per 10 meter verzwakt, maar belangrijker is dat het
licht er op veel verschillende manieren doorheen kan, vrijwel rechtdoor als
erg zig-zag. Dit leidt er toe dat de lichtgolven niet tegelijkertijd
aankomen. E.e.a. betekent dat je met lengtes tussen 10 en 50 meter in de
problemen kan komen.
Hifi liefhebbers die ook bang zijn voor jitter
(een zwaar overdreven probleem) moeten beslist geen optische verbindingen
gebruiken. Het signaal wordt onderweg nl. flink verzwakt en weer versterkt,
zodat elk ruisje zich vertaalt in jitter.
Optische kabels kunnen in principe afgetakt worden, maar dat vergt speciale
spullen die niet gemakkelijk verkrijgbaar zijn.
Opm: In de
telecommunicatie wereld gebruikt men uiterst dunne glasfibers, waar het
licht maar op 1 manier doorheen kan. Hiermee wordt een grote bandbreedte
gehaald met kabellengtes van vele kilometers. Het vergt echter dure
spullen om het licht in zo'n kabel te krijgen.
Symmetrisch
of AES-EBU met XLR connectoren,
De AES-EBU verbinding met XLR connectoren is beter geschikt voor lange tot
zeer lange verbindingen (honderden meters)
Je hebt een afgeschermde twisted-pair kabel (Twinax) nodig met een karakteristieke
impedantie van 110 Ohm. Dit is het type microfoon kabel dat overwegend
gebruikt wordt in de professionele audio wereld, vandaar dat men dit
als standaard gekozen heeft.
De polariteit waarmee het twisted pair aangesloten wordt is niet belangrijk.
De digitale code zit zo in
elkaar dat dat niet uitmaakt.
Een digitale kabel mag niet afgetakt worden om het signaal naar meerdere
apparaten te brengen. Het is mogelijk dat er splitter-versterkers in de
handel zijn, maar ik heb daar op dit moment geen weet van.
De geluidskwaliteit van al deze verbindingen is volstrekt identiek, mits je je aan de bovenstaande regels houdt.
Laat
je niet verleiden door allerlei technisch jargon waarmee peperdure
"speciale" kabels verkocht worden. Dat is allemaal humbug over niet
bestaande problemen. In een afzonderlijk
artikel zet ik uiteen waarom.
Top
Aan
netsnoeren voor hifi apparatuur worden geen bijzondere eisen gesteld.
Het is aanbevelenswaardig om alle apparatuur, evt. via verdeelsloffen, op 1
wandcontactdoos aan te sluiten. Dit moet in ieder geval als er apparaten bij
zitten met een randaarde steker.
Het kan zijn dat je bij bepaalde signaalbronnen last hebt van een
brom-geluid. Het kan een enkele keer helpen als je de steker van dat
apparaat omkeert in z'n stopcontact of slof. Als de brom daarmee niet weggaat of
als er geaarde apparatuur bij zit heb je waarschijnlijk een aardlusprobleem.
Hou netsnoeren uit de buurt van signaalkabels die een zeer laag signaal nivo
dragen, zoals bijv. die van de vinyl platenspeler en microfoons.
Speciale netsnoeren voor bijv. digitale apparatuur is kolder, c.q. oplichterij.
Het
gebruik van scheidingstransformatoren, netfilters of netspannings
stabilisatoren, of iedere andere vorm van power-conditioning is vrijwel altijd
overbodig. Alleen in het sporadische geval dat je last hebt van storingen
van buitenaf, is er een kleine kans dat zulke middelen bijdragen aan een
oplossing, maar meestal zijn zulke problemen met veel eenvoudigere en goedkopere
middelen op te lossen, weliswaar IN de kast van de betreffende apparaten.
Top
Voor het verlengen van kabels van kabel-TV en eigen antenne's (dakharken) moet altijd 75 Ohm coaxiaal kabel gebruikt worden. Dit soort kabel en de goede connectors (let op de mannetjes en de vrouwtjes) zijn normaal in de bouwmarkt verkrijgbaar.
Je mag zulke kabels niet zomaar aftakken. Als je het signaal naar meerdere apparaten wilt voeren moet je splitters gebruiken. Bedenk dat iedere splits het signaal tenminste halveert. Als je naar meer dan 3 of 4 verschillende apparaten wilt is een antenneversterker aan te raden. Neem er een met veel uitgangen, dan hoeven er verder weinig splitters in. Probeer te voorkomen dat er een situatie van splitter-na splitter-na splitter ontstaat.
Meestal kun je het signaal voor TV en voor FM-radio via dezelfde splitters, versterkers en kabels transporteren, maar soms zit er in de officiele kabel-aansluitdoos een filter dat de FM en de TV-signalen splitst. Controleer dat vooraf, en vervang die doos dan door eentje zonder filter.
De mannetjes en de vrouwtjes connectoren zijn bij FM net andersom dan bij TV.
Als
je internet of telefoon hebt via de kabel moet de kabelmodem aan de
"straat" kant van de eerste splitter of de versterker zitten. Dat
geldt ook voor digitale (betaal) TV.
Als je het signaal van een eigen antenne (dakhark) door het huis wilt verdelen
is het verstandig om te beginnen met een antenne versterker, zo dicht mogelijk
bij waar de kabel van de antenne het huis binnen komt. Als het antenne signaal
eerst teveel verzwakt is door een lange kabel of door splitters krijg je het
daarna met versterkers nooit meer goed.
De signalen van de diverse antennes moeten in de mast gecombineerd worden in een speciale koppeldoos. Let erop of de antennes zelf een symmetrische (lintkabel) of een coax aansluiting hebben. Zonodig moet er een balun tussen.
Het aarden van elektrische apparaten doen we uitsluitend voor de elektrische veiligheid. In het hoofdstuk over netsnoeren is daar een uiteenzetting over.
Veruit de meeste audio apparatuur is voorzien van een netsnoer zonder aard-aansluiting. De isolatie tussen het lichtnet deel en de rest is dan zo goed dat aarden niet nodig is voor de elektrische veiligheid. Je vindt dan op de achterkant een symbooltje dat bestaat uit twee in elkaar getekende vierkantjes. Dat betekent "dubbel geisoleerd".
![]()
Apparaten
die dat niet hebben worden geleverd met een rand-aarde steker en moeten op een
geaard stopcontact (wandcontactdoos) aangesloten worden. Zeer zeker als je een
stenen vloer hebt.
Soms gebeurt het met dubbel-geisoleerde apparatuur dat je toch iets voelt
"prikken" als je de metalen kast aanraakt terwijl je de centrale
verwarming beet hebt of met blote voeten op de stenen vloer staat. Als je dat
hinderlijk vindt (voor het geluid maakt het niet uit) is het raadzaam om de
apparatuur te aarden. Meestal is het voldoende om slechts 1 apparaat te
aarden, maar als je gebruik maakt van digitale verbindingen moet je
wellicht meerdere apparaten aarden. Als een apparaat geen mogelijkheid voor een
aard-aansluiting heeft dan kun je aan de achterkant een bevestigingsschroefje
van de kap los draaien en daaronder de aarddraad bevestigen, liefst met een
aangeknepen ringetje (ringtong) Gebruik soepele geel/groene draad voor de
duidelijkheid. De draaddikte doet er niet toe. Het aarden van apparaten met een
plastic kast heeft geen zin.
Aarden gaat natuurlijk alleen als er ook geaarde stopcontacten (wandcontact dozen) beschikbaar zijn. In veel woonkamers is dat niet het geval.
De
regels voor (rand) aarde waren zo dat alleen in woon- of slaapvertrekken
in woonhuizen ongeaarde contact dozen gebruikt mogen worden, en dan nog
alleen als de afgewerkte vloer voldoende isolerend is. Dus niet bij een (natuur)
stenen vloer, in de gang, de speelhal, een hotelkamer of een beddenwinkel.
Nieuwe regels i.v.m. de harmonisering van Europesche regelgeving geven aan dat
er altijd (rand) aarde contact dozen geplaatst moeten worden. Ik neem aan
(medio 2003) dat dat vanaf enige tijd terug geldt voor nieuwbouw woningen, en
dat er geen verplichting is om oudere bouw op peil te brengen.
Er bestaan veel misvattingen over aarden in verband met storing van buitenaf. Last door storingen van buitenaf komt bij audio apparatuur betrekkelijk zelden voor, en als er inderdaad een stoorprobleem is, zal aarden meestal niet helpen. Erger nog: Het komt het nogal eens voor dat juist het aanbrengen van aardverbindingen een stoorprobleem veroorzaakt. In het hoofdstuk over storing vertel ik er meer over.
Aarden i.v.m. onweer en bliksem
Hoog uitstekende antennemasten (harken, sprieten zowel als schotels) dienen geaard te worden om binnenshuis geen of minder last te hebben van corona ontladingen (St. Elmisvuur) of schade te beperken bij een directe inslag.
Verdere
maatregelen om schade bij dit soort gebeurtenissen te voorkomen of te beperken
vallen buiten het bereik van deze website.
Je kunt je hierover informeren bij websites en buro's die gespecialiseerd zijn
in bliksem beveiliging.