De techniek van kabels

 

Inleiding

Weerstand

Skin-effect

Capaciteit

Zelfinductie

Karakteristieke impedantie

Hoe meet je de karakteristieke impedantie van een kabel

Looptijd

Kabelverliezen

Transfer impedantie

Microfoon kabels

Overspraak

 

Onzin over kabels

 

Home


Inleiding

In dit hoofdstuk vind je uitleg over de belangrijkste kabel-eigenschappen. Er zijn wat formules, maar ik heb de eigenschappen ook zoveel mogelijk in grafieken uitgedrukt.

 

Ik behandel slechts drie typen kabel, twee-aderig onafgeschermd, twisted pair afgeschermd (Twinax) en coaxiaal c.q. enkeladerig afgeschermd.

N.B. Op dit moment is alleen de coax kabel behandeld. De andere komen later aan de beurt. De principes zijn daar eender, alleen de formules zijn afwijkend.

 

 

a is de hartafstand van de aders van een aderpaar.

d is de buitendiameter van het metaal van een ader

D is de binnen diameter van de afschermmantel.

l is steeds de lengte van de kabel, of van het beschouwde deel.

R is de weerstand in Ohm, R' de weerstand per meter lengte (heen en weer)

L is de zelfinductie in Henry, L' de zelfinductie per meter lengte (heen en weer)

C is de capaciteit in Farad, C' de capaciteit per meter lengte (nee, dat gaat niet heen en weer)

 

De belangrijke materiaaleigenschappen in dit verband zijn:

Materiaal

rho (ohm * meter)

mu-r

epsilon-r

lucht zeer hoog 1 1

koper

0.017

1  (zie noot)

1

zilver

0.016

1

1

goud

0.022

1

1

ijzer

0.13

100 .. 1000

1

mu-metaal

~0.13

1000..30000

1

aluminium

0.03

1 (zie noot)

1

PVC

zeer hoog

1

3.2

PE

zeer hoog

1

ca. 3

Teflon

zeer hoog

1

ca. 6

 

Noot: Bij hogere frequentois iets kleiner dan 1

 

Top


Weerstand

De weerstand van een kabel wordt bepaald door de aderdoorsnede (de oppervlakte) en de lengte van de kabel. Bij een twee-aderige kabel moet je de lengte twee maal nemen, bij een coax kabel is de weerstand van de mantel meestal flink wat minder dan die van de binnen-ader, zodat je ze apart moet bepalen.

 

Er geldt de volgende formule:  R= rho * lengte / aderdoorsnede. Alles in Ohms en (vierkante) meters

 

Hieronder de grafiek voor koper. Voor andere materialen moet je de waarde vemenigvuldigen met de verhouding van de rho's.

Het bereik van de grafiek is toegespitst op het bepalen van de benodigde draaddikte voor luidspreker leidingen.

De weerstand is de totale weerstand heen-en terug.

Hier vind je een tabel met gegevens over draaddiameters en weerstand en zo. (uit een heel oud boekje)

 

Hoe meet je de weerstand van een gegeven kabel.

Als je flink wat lengte ter beschikking hebt kun je de weerstand met een eenvoudige multimeter bepalen. Sluit 1 einde kort en meet aan het andere eind.

Bij een coax kabel moet je weerstand van de binnen-ader en die van de mantel apart gemeten worden van begin tot eind.

Controleer eerst de nul-instelling van de multimeter door de meetpennen kort te sluiten. Dit moet 0 Ohm opleveren.

Bij korte kabels is het meetbereik van een multimeter meestal ongeschikt om een goede nauwkeurigheid op te leveren. Je moet dan een bekende gelijkstroom door de kabel sturen en de spanning over de kabel meten. Met de wet van Ohm kun je dan de weerstand berekenen.

Top


Skin-effect

Bij wat hogere frequenties veroorzaakt het magneetveld in de geleider zelf dat de stroom meer in de buitenkant van de draad gaat lopen.

Het effect wordt uitgedrukt in de indring diepte, dat is gezien vanuit de buitenkant van de geleider de diepte waarin 37% van de stroom loopt. (1/e)

Het effect hangt uitsluitend af van de rho en de mu van het materiaal. 

 

Hieronder een grafiek van de weerstands-stijging voor verschillende draaddiameters bij ijzerdraad en koperdraad. Let erop dat de vertikale as de verhouding tussen de gelijkstroom weerstand en de wisselstroom weerstand aangeeft. Je ziet dat het skin-effekt bij een kabel van 2 mm diameter (dat is 3.14 mm2) net bij 10 kHz iets begint te doen 

Hoe meet je het skin-effect van een kabel.

Het meten van het skin-effect gaat eigenlijk alleen goed met een network-analyser waarmee je tegelijkertijd het reŽle en het imaginaire deel van de impedantie kunt zien. Je ziet dan vanaf een bepaalde frequentie het reŽle deel toenemen. Dat is het skin-effect. Als het imaginaire deel toeneemt is dat de zelfinductie.

Doe de meting heen-en-weer aan een kabel die aan het eind kortgesloten is, zodat je zo weinig mogelijk last hebt van de capaciteit.

Top


Capaciteit

De capaciteit hangt af van de geometrie van de kabel en van de epsilon van het isolatie materiaal.

 

Voor een coaxiale kabel geldt:

 

C' = 2 * pi * Í0 * Ír

       --------------------    Farad / meter

       ln (D / d)

 

Je ziet dat de capaciteit verminderd kan worden door de diameter van de binnen-ader te verkleinen. Helaas wordt daardoor de zelfinductie (en de weerstand) groter.

Ook het kleiner maken van de epsilon helpt, zonder de zelfinductie te beinvloeden.
Om die reden zie je soms kabels met schuimplastic als isolatie, of soms soms zelfs voornamelijk lucht. De binnen ader wordt dan op z'n plaats gehouden door een plastic draadje dat er met een grote tussenruimte (spoed) omheen gewikkeld is. 

Top


Zelfinductie

De zelfinductie hangt af van de geometrie van de kabel en van de mu-r van het isolatie materiaal. Gezien de materialen die in kabels gebruikt worden is deze laatste bijna altijd 1.

 

Voor een coaxiale kabel geldt:

 

L' = Ķ0 * Ķr * ln (D / d)

       -----------------------         Henry / meter

                 2 * pi

 

Je ziet dat de zelfinductie verminderd kan worden door de binnen ader een grotere diameter te geven. Helaas wordt daardoor de capaciteit groter. 

 

Hoe meet je de zelfinductie van een gegeven kabel.

Het meten van de zelfinductie gaat eigenlijk alleen goed met een network-analyser waarmee je tegelijkertijd het reŽle en het imaginaire deel van de impedantie kunt zien. Je ziet dan vanaf een bepaalde frequentie het imaginaire deel toenemen. Dat is de zelfinductie. Als het reŽle deel toeneemt is dat het skin-effect.

Doe de meting heen-en-weer aan een kabel die aan het eind kortgesloten is, zodat je zo weinig mogelijk last hebt van de capaciteit.

Top


Karakteristieke impedantie

Iedere kabel heeft een karakteristieke impedantie. Dat is de impedantie de je aan de ingang van een oneindig lange kabel "ziet".

Bij een ideale kabel is de K.I. reŽel (Ohms, een zuivere weerstand) We noemen de K.I. ook vaak Z0  (Z - nul)

Als je nu van zo'n oneindig lange kabel een eindig stuk afknipt en je vervangt de (nog steeds oneindige) rest door een weerstand ter grootte van de K.I. dan ziet dat er vanaf de ingang identiek uit.

 

De K.I. is niet afhankelijk van de lengte van de kabel. Hij wordt uitsluitend bepaald door de zelfinductie per meter lengte en de capaciteit per meter lengte.

De Ohmse weerstand van de kabel en de mantel veroorzaakt wel verliezen. (daarover verderop in dit hoofdstuk)

 

De karakteristieke impedantievan enkele veel voorkomende kabel typen:

 

Coaxiale antenne kabel voor kabel-TV e.d.

75 Ohm

vereist voor die toepassing

Lint kabel voor TV- en FM-antennes

260 .. 300 Ohm

vereist voor die toepassing

Coax-Kabels voor elektronische meet opstellingen

Meestal 50 Ohm

 

Eenvoudig lichtnet snoer 2 x 0.75 mm2

50 .. 200 Ohm

varieert

Lichtnet (stopcontact)

50 .. 200 Ohm

varieert

Standaard signaalkabeltje (veterdrop)

26 Ohm

wel eens zo gemeten

Signaal kabel voor digitaal audio (coax, SP/DIF) 

75 Ohm

vereist voor die toepassing

Signaal kabel voor digitaal audio (twisted pair, AES-EBU) 

110 Ohm

vereist voor die toepassing

 

Als een kabel belast wordt met iets anders dan z'n karakteristieke impedantie zal een deel van het signaal aan het einde reflecteren. Alleen bij de juiste belasting (elektronici noemen dat afsluiten) gaat alle signaal-energie de belasting in.

Van reflecties heb je alleen last als de lengte van de kabel niet meer klein is ten op zichte van de golflengte van het signaal. 

Bij 10 KHz hoort een golflengte van ongeveer 30 Km. Bij analoge audio signalen maken we ons dan ook nooit druk om het karakteristiek afsluiten, want de kabels zijn altijd extreem veel korter dan de golflengte.

Digitale audio verbindingen zoals S/PDIF werken op ca. 6 Mhz, dat is een golflengte van ca. 50 meter. Bij een kabellengte van meer dan tien meter mag je je wat zorgen gaan maken.

Bij FM antennes en kabel-TV hebben we met golflengtes van 3 meter tot 70 cm te maken, en bij satelietschotels nog korter. Daar is correct afsluiten en het gebruik van de juiste kabel absoluut nodig. 

Het afsluiten gebeurt vrijwel altijd door het apparaat waar het signaal naar toe gaat. Gebruik dus de voorgeschreven soort kabel (en zeker bij hoge frequenties) de goede connector.

Karakteristiek afgesloten kabels mag je ook nooit zomaar aftakken, om het signaal naar meerdere bestemmingen te sturen. Voor TV/FM-antenne signalen bestaan er speciale splitters, en als het signaal naar veel bestemmingen moet is een tussenversterker gewenst.

Top


Hoe meet je de karakteristieke impedantie van een kabel?

Je kunt de karakteristiek impedantie van een kabel niet direct meten  met een multimeter of zo.

Benodigd: blokgolfgenerator, oscilloscoop, variabele weerstand, Ohmmeter en een flinke lengte van de te onderzoeken kabel.

De meting berust op het principe dat een correct afgesloten kabel zo goed als geen signaal reflecteert.

 

 

Begin met de variabele weerstand op 0 of op heel groot. Kies de herhalingstijd van de blokgolf in de buurt van 100 nano-seconden per meter kabel.

Varieer de weerstand tot je zo weinig mogelijk reflecties ziet 

Meet dan die weerstand met een ohmmeter.

 

Hieronder zie je  wat er op de oscilloscoop te zien was bij een 75 Ohm kabel van 20 meter lengte

 

Afsluit weerstand correct (75 Ohm)

 

 

Afsluit weerstand te groot (200 Ohm)

 

 

Afsluitweerstand te klein (ca. 30 Ohm)

Top


Looptijd

In een kabel gaat het elektrische signaal altijd langzamer dan in de vrije ruimte. Elektromagnetische golven gaan met de lichtsnelheid van 300,000 km/sec, of 300 meter per microseconde, of 30 cm per nanoseconde.

In het bovenstaande voorbeeld was de kabel 20 meter lang, de heen-en weer looptijd zou dus 40/300 = 133 usec moeten zijn in de vrije ruimte. We zien echter ca. 200 usec voor de eerste reflectie. Deze verhouding 133/200 heet de "verkortings factor", en een waarde van 0.65 is heel gebruikelijk.

De verkortings factor hangt alleen af van de epsilon van het isolatie materiaal in de kabel, niet van de kabel geometrie. 

 

Alhoewel het elektrische signaal met een eindige snelheid door de kabels gaat is het om die reden niet nodig om bijv. de luidspreker kabels voor links en rechts even lang te maken. De snelheid van het geluid in lucht is nl. een miljoen keer lager, zodat de tijdvertraging van 1 meter kabel overeenkomt die van 1/1000 millimeter voor het geluid. Zo nauwkeurig kun je de luidsprekers niet opstellen, en je houdt ook je hoofd niet zo nauwkeurig op dezelfde plaats.

Top


Kabelverliezen

De Ohmse weerstand van de ader(s) en de buitenmantel veroorzaken dat er een signaal verzwakking optreedt. Ook de dielectrische verliezen in het isolatie materiaal veroorzaken signaalverlies bij lange kabels en zeer hoge frequenties.  Al deze verliezen nemen doorgaans toe met de frequentie. 

Bij de gebruikelijke kabellengtes in woonhuizen heb je vrijwel nooit last van kabelverliezen, mits je de voor dat doel voorgeschreven kabel soorten gebruikt. 

Top


Transfer impedantie

De transfer impedantie is een eigenschap van kabels die vooral van belang is voor het EMC gedrag. Het gaat dan om de mate waarin een ongewenst signaal doordringt in het gewenste signaal.  Je kunt dat in het onderstaande schema zien:

Tuner en versterker zij beide geaard, de tuner bijv. via de antenne aansluiting op het kabelnetwerk, en de versterker op de locale veiligheids aarde in je meterkast. Het komt veelvuldig voor dat er tussen die twee "aardes" een spanningsverschil bestaat, bijna altijd een 50 Hz lichtnet signaal. 

Omdat de mantelweerstand van de signaalkabel altijd groter is dan nul blijft er een stoorspanning staan tussen de chassis' van de tuner en de versterker, en die stoorspanning telt op bij het gewenste (tuner) signaal. Resultaat: je hoort een brom- of zoem geluid door de muziek heen.

 

In dit voorbeeld vertegenwoordigt de mantelweerstand de transfer impedantie. Het is stellig zo dat hoe kleiner die transfer impedantie is, hoe kleiner het stoor probleem.

Maar let op! (voor dat je een signaalkabel met een betere transfer impedantie gaat kopen) Het verlagen van de transfer impedantie heeft alleen effect als je die beduidend kleiner kunt maken dan de bron impedantie van de stoorspanningsbron. En bij dit -meest voorkomende-  aardlus probleem is die bronimpedantie meestal heel erg klein, vaak ruim minder dan 1 Ohm. Aardleidingen moeten nu eenmaal een erg lage weerstand hebben.  De praktijk leert dat het enige wat goed werkt is het "ontaarden" van 1 van de apparaten. Het meest voor-de-hand-liggend is hier om de antenne aansluiting van de tuner galvanisch te scheiden van het kabelnetwerk d.m.v. een ferriet-koppeltrafo'tje.

Een andere methode om storing te vermijden is het gebruik van symmetrische verbindingen. De meest voorkomende toepassing daarvan is de symmetrische microfoon kabel

 

In de EMC literatuur wordt het begrip transfer-impedantie veel uitgebreider beschreven, want bij frequenties boven zo'n 100 kHz gaan zelfinducties de hoofdrol spelen, en wordt vooral de koppeling tussen de zelfinductie van de mantel en die van de binnen-ader doorslaggevend.  Hoe beter die koppeling, hoe lager de T.I. De koppeling kan verbeterd worden door de kabel door een ferrietkraal te leiden. Een toepassing van dit principe zie je aan de achterkant van je PC-monitor, die knobbels in de video kabel. 

Ook spelen capaciteiten soms een rol. Ik ga daar niet verder op in; voor analoge audio signalen zijn de eigenschappen bij die hoge frequenties volstrekt oninteressant, en voor digitale audiosignalen spelen ze alleen een rol m.b.t. de emissie van stoorsignalen die de ontvangst van radio of TV zouden kunnen beinvloeden. Op de geluidskwaliteit heeft e.e.a. volstrekt geen effekt.

 

Als je meer wilt weten over de transfer-impedantie van kabels en het effect daarvan op het EMC gedrag bij hogere frequenties dan kan ik je het boek van J.J. Goedbloed aanbevelen.

Kijk ook in het hoofdstuk over storing bij "aardlussen"

Top


Microfoon kabels

Microfoons en geluid opnemen valt weliswaar buiten het bestek van mijn website, maar ik noem het hier toch omdat er een goed voorbeeld in zit voor het omgaan met stoorsignalen op lange, gevoelige verbindingen.

Kenmerkend voor microfoon kabels is dat het steeds gaat om zeer zwakke signalen die meestal over flinke afstanden (tientallen meters) getransporteerd moeten worden. Niet zelden zijn er ook nogal wat potentiŽle stoorbronnen in de omgeving, zoals dimmers voor het (theater) licht, die nogal wat storing "in de band" kunnen produceren.

De praktijk heeft (al decennia lang) geleerd dat het ondoenlijk is om de transfer impedantie van de microfoon kabel zo laag te maken dat er geen stoorproblemen optreden. 

Er bestaat echter een zeer goede methode om deze problemen te ondervangen: Het symmetrische ader paar in een afscherming.

Je ziet het elementaire schema hieronder:

 

 

Er zijn enkele belangrijke aspecten om het goed te laten werken.

  1. Het feitelijke microfoon kapsel moet elektrisch geheel vrij liggen van de afscherming.

  2. Het microfoon kapsel moet symmetrische parasitaire impedanties hebben.

  3. De versterker moet volstrekt "differentieel" zijn. D.w.z. hij moet alleen signalen tussen de microfoonleidingen onderling versterken, en ongevoelig zijn voor signalen die tussen "aarde" of het chassis en de microfoon leidingen staan, ook voor de hoogste audio frequenties.

  4. Het aderpaar binnen de afscherming moet in elkaar gedraaid zijn (getwist / twisted pair) ca. 3 x per decimeter lengte om de invloed van magneetvelden te beperken.

  5. Desondanks moet je microfoon kabels liever niet in dezelfde kabelgoot leggen als de power kabels naar de theater lampen e.d.

Voorwaarden 2 en 3 werden vroeger meestal bereikt met een "symmetreer transformator" die vaak ook nog een impedantie transformatie deed. Op modernere mengtafels zien we voorversterkers die voldoende onderdrukking van gemeenschappelijke signalen (common mode rejection)  hebben.

 

De getekende stoorstroom zal vooral door de mantel lopen als er capacitieve inductie is. Bij magnetische inductie van een stoorsignaal wordt er ook een signaal opgewekt in het aderpaar, maar door het in elkaar draaien (twisten) is die inductie in beide aders in hoge mate gelijk, en zal de differentiele versterker het niet of nauwelijks "zien". 

Top


Overspraak

Onder overspraak bij kabels verstaan we het verschijnsel dat het (gewenste) signaal dat door een kabel loopt gedeeltelijk terecht komt in een andere kabel, en daar ongewenst is. (er zijn diverse andere manieren waarop overspraak kan plaatsvinden, maar hier gaat het alleen over kabels).

Eigenlijk is overspraak in kabels niet meer dan een  bijzonder geval van de aardlus, of een te grote transfer impedantie.  In algemene zin is het een EMC probleem, en dient ook zo behandeld te worden.

 

In de analoge audio techniek hebben we vrij zelden te maken met overspraak door kabeleigenschappen, maar er zijn enkele situaties waarin er op gelet moet worden:

Top


Onzin over kabels

 

Bijzondere materialen: OFC, Oxigen Free Copper, of Zuurstof Vrij Koper

 

Er doen nogal wat verhalen de ronde over problemen die zouden bestaan bij gewoon koperdraad, als het gaat om de geleiding bij heel kleine signalen.

Die "problemen" worden nogal eens geÔllustreerd met een  plaatje zoals hieronder,  waarin een niet lineaire vervorming gesuggereerd wordt. (met dank aan v.d. Hull, die er zelfs een term voor bedacht heeft:  "Grensvlaktransmissievervorming" of in het Engels: "Crystal Cross over distortion")
Er wordt gesuggereerd dat als de elektronen van het ene metaalkristal naar het andere moeten springen er een minimale spanning nodig zou zijn of iets dergelijks.

 

 

Steevast ontbreekt er in zulke publicaties wat er op de Y-as staat. Is het de spanning?, is het de stroom? of de weerstand? en tevens is er nergens informatie te vinden over hoe erg dit fenomeen is.  Praten we over procenten? promillen? duizendsten van promillen?

 

Ik heb een paar argumenten die aaangeven dat dit "probleem" volstrekt niet bestaat.

  1. Nergens in de elektronica techniek (Industrieel, Consumenten, Militair, Wetenschappelijke of Medische instumenten) worden er probleem ervaren met de geleiding van kleine signalen door gewoon koperdraad. Als er echt zo'n probleem is, zou dat allang bekend zijn. Alleen in het zeer beperkte wereldje van High-end audio wordt er over gezeurd.

  2. Het is uit talloze onderzoekingen en praktijksituaties gebleken dat de wet van Ohm, het lineaire verband tussen stroom en spanning, ook bij de kleinste signalen blijft kloppen, zelfs bij signalen die "ver onder de ruis begraven" zijn en alleen door uitgebreide middeling zichtbaar gemaakt kunnen worden.

  3. Op het nivo van indivuduele elektronen klopt de wet van Ohm vast niet meer. Er zijn dan quantum-mechanische effecten in het geding waarvan alleen fundamenteel- onderzoekers der materie weet hebben. 
    Zelfs bij de allerkleinste signalen die we in het audio-land tegenkomen zijn er vele duizenden elektronen betrokken, en de eventuele problemen die deze elektronen wellicht hebben om door het materiaal te lopen middelen zodanig uit dat er niets van terug te vinden is.
    Een voorbeeldje: Een weerstand van 1 Ohm heeft bij kamertemperatuur een ruisspanning van 20 nVolt, gemeten over de audio bandbreedte van 20 kHz.  Die spanning   vertegenwoordigt een stroom van 20 nA  (20 E-9). De lading van het elektron is 1.6 E-19 Coulomb, dus voor het ruisstroompje zijn er 125 E9 of ruim een honderd miljard electronen aan het werk.

  4. Bij extreem lage temperaturen (dicht bij het absolute nulpunt, -273 graden onder nul) worden zulke niet-lineaire verschijnselen wel waargenomen. De elektronen zijn dan sterk aan hun atomen gebonden en hebben weinig bewegings vrijheid. Er is een minimum spanning nodig om ze "van hun plek te krijgen". Bij kamertemperatuur trillen de atomen zo heftig in het kristalrooster dat er a.h.w. een "elektronen wolk" omheen hangt. De elektronen blijven gemiddeld genomen wel op hun plek maar zwerven verder willekeurig uit in de omgeving.

    Een goede vergelijking is het volgende: Neem een vlakke horzontale plaat en strooi er wat droog zand op. (zand = elektronen) Zet de plaat een beetje scheef (leg een elektrisch veld aan)  Het zand blijft liggen, er ontstaat geen elektrische stroom. Je moet de plaat flink scheef houden, minstens 20 graden of zo, voordat het eerste zandkorreltje in beweging komt.
    Dit is de situatie bij extreme koude.
    Voor de situatie bij kamertemperatuur laten we de plaat snel trillen, zodat de zandkorreltjes continu op en neer dansen. Zelfs bij de geringste scheefstand zal het zand uiteindelijk van de plaat rollen. De wet van Ohm klopt weer: Stroom (horizontale beweging van het zand) is evenredig met de scheefstand van de plaat (elektrisch veld)

Kortom, het hele OFC verhaal gaat om een verzinsel van leken die slechts een klok hebben horen luiden en zelfs niet besef fen dat er ook een klepel is, en van fabrikanten en handelaren die de onkunde op dit gebied uitbuiten om hun dure spullen te slijten.
Zie de bijdrage van enkele deskundigen uit de metaal verwerkende industrie.

 

Bijzondere materialen : Het gebruik van  zilver, of soms wel goud

Zilver geleidt de elektrische stroom een fractie beter dan koper, maar het is vťťťťl duurder. Je kunt dus veel goedkoper wat meer koper kopen. (Neem een grotere aderdoorsnede)

Omdat het oxide van zilver elektrisch geleidend is wordt het vaak gebruikt in kontakten van schakelaars e.d. Bij luidspreker kabels kunnen we eenvoudig een goede contact druk realiseren, en dan is er geen enkele reden om zilver te gebruiken.

Omdat goud niet oxideert wordt het nogal eens gebruikt bij schakel-contacten (relais) en stekker verbindingen als er sprake is van geringe contact druk, en lage sapanningen en stromen. Bij luidspreker kabels hebben we steeds te maken met flinke spanningen en stromen, en is ook een forse contact druk goed te realiseren.

Geen enkel nut voor goud dus. 

 

Bijzondere isolatie materialen: bijv. Teflon

Teflon is een isolatie materiaal met een aantal bijzondere eigenschappen, die in de elektronica soms te pas komen. Zo heeft het een hoge doorslagspanning, en een zeer hoge isolatie weerstand. Ook bij hoge frequenties geeft teflon weinig (diŽlektrische) verliezen. Het geeft weinig weekmakers af en -vooral- het kan tegen hoge temperaturen. En ja, het is nogal wat duurder dan het gebruikelijke PVC, PE  of vergelijkbaar spul. 

Allemaal eigenschappen die in sommige toepassingen van belang zijn, maar in de audiotechniek heb je er meestal niets aan

 

Kabels moeten worden "ingespeeld"

"Inspelen" berust -naar aanleiding van het inrijden van auto's, dat we ook al praktisch niet meer doen- op 3 veronderstellingen die in de auto techniek wel opgingen, maar in de elektronika techniek volslagen onzin waren en zijn.
1/  Door het gebruik (muzieksignaal) veranderen de eigenschappen van de kabel. (Kabels veranderen niet omdat je er een poosje een signaal op zet of er stroom door laat lopen, bovendien is de invloed van kabeleigenschappen op het geluid in de meeste gevallen toch al verwaarloosbaar klein)
2/  Die verandering is zodanig dat de geluidskwaliteit erdoor verbetert (hoe weet die kabel wat een betere geluidskwaliteit is?)
3/  Als het optimum bereikt is houdt de verandering op.  (Hoe weet die kabel dat 'ie moet ophouden met veranderen?)

 

Kabels hebben een "richting effect"

Aan sommige kabels zitten aan de einden verschillende stekkers. Tsja, dan moet je het wel zo aansluiten, want anders past het niet.
Er is geen enkel elektrisch effect in de signaaloverdracht dat veroorzaakt dat een kabel een bepaalde "bron" -kant en een "bestemmings" -kant zou hebben.

 

Top

Home