Luidspreker behuizingen voor elektro dynamische luidsprekers

 

Luidspreker constructies

De kale luidspreker

Eigenresonantie

Demping

De vlakke baffle

De gevouwen baffle

De gesloten kast of akoestische box

De basreflexkast

De orgelpijp

De hoorn luidspreker

De gevouwen hoorn

De transmission line kast

Bijzondere modellen

 

Home


Dit hoofdstuk is bedoeld om inzicht te verschaffen in de principes van luidspreker behuizingen. Kijk ook in het wat algemenere hoofdstuk over luidsprekers.

Ik wil nadrukkelijk opmerken dat het zeer lonend kan zijn om zelf je luidspreker kasten te bouwen. Voor een paar honderd euro kun je een stel luidspreker kasten bouwen die kant-en klaar een veelvoud zouden kosten. Omdat de grootste winst aan geluidskwaliteit nu eenmaal met de luidsprekers valt te behalen zijn er hier forse mogelijkheden voor verbetering van het geluid, zonder in extreme kosten te vervallen.


Luidspreker constructies

Bij luidsprekers treffen we drie verschillende mechanismes aan om geluid te maken uit het versterker signaal: Electrostatisch, Piëzo-elektrisch of Magneto-Dynamisch.

In het eerste geval berust de werking op elektrostatische aantrekking en afstoting. Alhoewel dit meestal luidsprekers oplevert van zeer goede kwaliteit ga ik er voorlopig nog niet op in.

 

Bij Piëzo luidsprekers is het een vaste stof die van vorm verandert onder invloed van een elektrische spanning. Het werkt alleen redelijk bij de hoogste audio frequenties; je ziet wel eens tweeters volgens dit principe, vaak met een aangebouwd hoorntje. De geluidskwaliteit is meestal matig, omdat het piëzo materiaal vaak nogal sterke interne resonanties vertoont, en het hoorntje geeft een sterke richtwerking.

 

"Magneto-dynamisch" is eigenlijk een verkeerde term, want dat zou betekenen dat er een magneet beweegt, en er zijn goede redenen om die nou juist stil te laten staan. Een betere term is Elektro-dynamisch.
Veruit de meeste luidsprekers zijn gebouwd volgens dit principe, waarbij een spoel van koper- of aluminium draad beweegt in een magneetveld.

Hieronder zie je een doorsnede van zo'n luidspreker.

 

Een belangrijke variant op dit principe is de dome-tweeter. Daarbij zijn het chassis en de conus nagenoeg afwezig, en is het de stofkap, de "dome" (koepel) die het geluid produceert. Dit werkt voor de hoogste frequenties veel beter dan de klassieke conus, en ook beter dan de "dubbelconus" luidsprekers, waarbij er een veel kleinere extra conus op de stofkap staat.

Een andere variant heeft een flinke vlakke plaat als geluids weergever, en er zijn magneten en elektrische geleiders verdeeld over de hele plaat en de vaste constructie daar achter. Waar de conus luidspreker slechts op 1 punt aangedreven wordt is de z.g. "magnetostaat" over de volle oppervlakte aangedreven. Ik ken die constructies slechts oppervlakkig, dus ik zal er niet verder op in gaan. Magnetostaten worden niet in een behuizing gemonteerd, maar als complete eenheid geleverd. 

 

Terug naar de conus-luidspreker.

Een belangrijke vraag is of de spreekspoel kort is ten opzichte van het magneetveld, of juist flink langer, zoals rechts getekend. 

Luidsprekers met een lange spoel kunnen een aanzienlijke conus uitslag verdragen, met een bescheiden magneet, maar het rendement is lager, omdat er steeds maar een deel van de spreekspoel meedoet (in het magneetveld zit).

In het geval van de korte spoel is de conus uitslag beperkt, want als de spreekspoel buiten het magneetveld komt treedt er een aanzienlijke intermodulatie vervorming op.
Er is dus een magneet nodig met een lang en homogeen veld en zulke magneten zijn groter en duurder dan die voor een lange spoel.

 

Met name het materiaal van de conus bepaalt in hoge mate de geluidskwaliteit. Het probleem is steevast dat niet alle delen van de conus gelijk op bewegen; de conus is niet volmaakt stijf, maar heeft ook wat interne vering en natuurlijk massa. De combinatie van massa en vering geeft resonanties op bepaalde frequenties. 

De kunst van het luidsprekers bouwen is om die effecten te minimaliseren, en dat is steeds een kwestie van compromissen: Als je een bepaalde eigenschap verbetert heeft dat bijna altijd een verslechtering van een andere eigenschap ten gevolge.

 

Een aparte vermelding verdienen actieve luidsprekers, dus waar er een bewegings opnemer aan de conus verbonden is, die een signaal terugstuurt naar de versterker zodat ongewenste bewegingen tegengegaan worden. Er is op dit gebied niet zoveel op de markt, en je zit altijd vast aan de elektronica die er door de fabrikant bijbedacht is. 
Onlangs stuitte ik wel op een forum van enthousiaste gebruikers van een Philips systeem dat naar ik begrepen heb niet meer geproduceerd wordt. Het sleutelwoord is Motional Feed Back, of MFB. Je vindt links naar dit forum op mijn link-pagina. Ik besteed op mijn website verder geen aandacht aan MFB systemen.

 

Het blijkt zo goed als onmogelijk te zijn om een enkele luidspreker te maken die over het hele audio frequente gebied goed werkt. Het frequentie bereik wordt dan ook meestal opgedeeld in twee of meer gebieden die elk weergegeven worden door een luidspreker die het in dat kleinere gebied wel goed doet. Er is dan een wisselfilter aanwezig dat er voor zorgt dat iedere luidspreker de juiste frequentiegebieden toegevoerd krijgt.

Top


De kale luidspreker

 

            

Bij de kale luidspreker zal, als de conus naar voren beweegt de hogere luchtdruk daar snel naar de achterkant vloeien, waar een lagere luchtdruk ontstaat. Het gevolg is dat er op enige afstand vrijwel geen geluid waargenomen wordt. Hoe lager de frequentie hoe ernstiger dit effect is. We noemen dit het kortsluit effect.
De kale luidspreker is bijna altijd onbruikbaar.

Top


Eigenresonantie

Iedere kale luidspreker heeft een bepaalde massa (gewicht van de conus) en een veerkracht die door de ophanging van de conus bepaald wordt. Samen vormen deze een systeem dat een sterke voorkeur heeft voor 1 bepaalde frequentie. Beneden die resonantie frequentie geeft een luidspreker hoegenaamd geen geluid af, en bas- tonen bij de resonantie frequentie kunnen erg overheersend zijn.

Bas luidsprekers hebben een eigenresonantie ergens tussen 20 en zo'n 60 Hz. Voor middentoners ligt dat bij 100 of 200 Hz of zo, en (dome) tweeters resoneren op  1 of  2 KHz .

Probeer een luidspreker altijd te gebruiken boven de eigenresonantie frequentie, want daar onder komt er niets van terecht. 

Alle behuizingen voor elektro-dynamische luidsprekers zijn o.m. bedoeld om het kortsluit-effect en de gevolgen van de eigenresonantie van de kale luidspreker te minimaliseren.
Top


Demping

Als een elektrodynamische luidspreker elektrisch kortgesloten is zal z'n reonantie veel minder geprononceerd zijn. Immers, als de conus beweegt wordt er een elektrische spanning opgewekt in de spreekspoel. De korsluiting dempt deze eigen resonantie, maar niet volledig. 

Een goede versterker heeft een zeer lage uitgangs impedantie en vormt -vanuit de luidspreker gezien- zo goed als een kortsluiting. 
De mate waarin dat het geval is wordt de "Dempingsfactor" genoemd, een eigenschap van een versterker. De manier waarop dit begrip gedefinieerd is is echter zo dat er gemakkelijk een groot, maar niets zeggend getal ontstaat. Een dempingsfactor van 10 is prima, en alles wat het meer is maakt het nauwelijks beter.
Top


De vlakke baffle

Hier is de luidspreker ongeveer in het midden van een vlakke plaat van stijf materiaal geplaatst.
Dit is de eenvoudigste manier om het kortsluit effect van de kale luidspreker naar lagere frequenties te brengen. De weglengte van voor naar achter is nu een stuk groter geworden

 

Het probleem met de vlakke baffle is dat 'ie nogal groot wordt als 'ie het bij echt lage frequenties goed moet doen. Bovendien is het moeilijk om zo'n grote plaat voldoende stijf te houden. Er zijn wel construkties gemaakt met dubbel hout en zandvulling daartussen, en ook wat verstevigingsribben, maar die zijn nogal onhandelbaar.
Bij de vlakke baffle is er ook geen mechanisme om het boem-bas effect van de eigenresonantie van de luidspreker te onderdrukken.
De vlakke baffle wordt voor de laag  weergave weinig gebruikt, alhoewel er enkel goed klinkende systemen met een zelfs erg kleine baffle op de markt zijn. Ik ben nog niet in de gelegenheid geweest zulke systemen groed aan de tand te voelen. De fysica zegt me dat zulke constructies moeite moeten hebben met zeer lage frequenties (orgel)

Bij een goede constructie is er weinig kans op de kast resonanties die juist in het frequentiegebied 100 to 1000 Hz zo vaak een ongewenste kleuring aan het geluid geven.
Het nadeel (maar voor velen juist het voordeel) is dat er aan de achterkant net zoveel geluid uit komt als aan de voorkant. Het is dus absoluut nodig om zo'n systeem de ruimte geven, net zoals bij veel elektrostatische luidsprekers. 
Top


De gevouwen baffle

Hier is de vlakke baffle opgevouwen tot een gedeeltelijk open kast. Het ouderwetse radio toestel is een  goed voorbeeld van deze constructie.

 

Het voordeel t.o.v. de vlakke baffle is dat 'ie bij een vergelijkbare lage tonen productie flink wat kleiner is, en dat er ruimte is om wat spullen op te bergen (de radio)
Het nadeel is dat er in het volume van de kast nogal wat oncontroleerbare resonanties kunnen optreden.. De historische uitvoeringen van dit type luidsprekerbehuizing hadden ook geen enkele vorm van demping. De kastwanden waren meestal dun en dus meetrillend. E.e.a. resulteert in een sterk "gekleurd" geluid. 
De gevouwen baffle vinden we in goedkope radio's, in de meeste  TV's en in goedkope audio setjes. In bijna al die gevallen zijn het dan ook nog eens dunne plastic kastjes. Het geluid is er dan ook naar......
Top


De gesloten kast, ook wel akoestische box.

De luidspreker is gemonteerd in een verder geheel gesloten kast.

      

Het lijkt een eenvoudige manier om het geluid van de achterkant van de luidspreker zo kwijt te raken, maar er zitten wel wat adders onder het gras.

  1. De lucht die in de kast opgesloten is vormt een veerkracht. Die veerkracht telt op bij de vering van de conus ophanging en verhoogt de eigenresonantie van de luidspreker. Dit effect is sterker naarmate de kast kleiner is en/of de conus oppervlakte van de luidspreker groter is.

  2. Bij de resonatie frequentie wordt een overmatige hoeveelheid geluid afgegeven. Dit kan gemakkelijk aanleiding geven tot een z.g. boem-bas.

  3. De kastwanden kunnen op bepaalde frequenties resoneren. Dit veroorzaakt een gekleurd geluid.

  4. Bij hogere frequenties kunnen er allerlei interne resonanties optreden die het geluid sterk kunnen kleuren. 

Ondanks deze problemen is het een veel gebruikte luidsprekerbehuizing. De laagfrequent weergave kan in orde gemaakt worden door de kast niet te klein te maken, en ook door een (bas)luidspreker te kiezen met een bescheiden diameter. De paneel resonanties kunnen worden tegengegaan door dikke wanden, verstevigende tussenschotten en dempingsmateriaal. Ook de betere uitvoeringen van dit type kast blijft zodoende betaalbaar.

 

Er bestaan veel goedkope uitvoeringen waarbij de kast van vrij dun plastic is. (typisch de "Ghettoblaster" en de boxen van de goedkope "stereotoren"). Deze uitvoeringen veroorzaken altijd veel kleuring en hebben een gebrekkige weergave van de zeer lage tonen.
Top


De basreflexkast

Bijna net als de gesloten akoestische kast, maar er is hier ook een buisvormige opening naar buiten (de poort). 

 

         

 

De lucht in de buis vormt een bewegende massa, die in de kast een veer. Samen vormen die een resonator op een zeer bepaalde frequentie. Als deze frequentie overeenkomt met de eigenresonatie van de luidspreker vormt het totaal een resonator die minder gepiekt (minder sterke uitslag) en breder (over een groter frequentie bereik) resoneert. Met de juiste hoeveelheid dempings materiaal kan een zeer goede weergeve bereikt worden.
Het grote nadeel van de basreflexkast is dat 'ie erg critisch is wat betreft de juiste afstemming tussen de kast-eigenschappen en de luidspreker eigenschappen. En de deze laatste kunnen in de loop der tijd nog best wel veranderen. 

Een variant op dit principe is de passieve resonator. De poort is dan vervangen door een identieke luidspreker, maar dan zonder magneet en zonder spreekspoel.

In nog een andere variant is de luidspreker gemonteerd in een tussenschot in de kast, zodat er twee ruimtes van verschillende afmetingen ontstaan, ieder met een eigen poort en ietwat verschillende  resonantiefrequenties. Hiermee wordt wordt ook weer een verbreding van de resonantie piek bereikt. Deze constructie vind je typisch in de "subwoofers" voor onder de bank.

 

Vooral bij wat kleinere basreflex kasten moet een luidspreker toegepast worden met een kleine conusdoorsnede, want anders gaat de resonantie frequentie te veel omhoog. Om dan toch weer dezelfde geluidssterkte te krijgen moet de conus-uitslag groter worden. We zien dan ook meestal luidsprekers met een lange spreekspoel. 
Top


De orgelpijp

Hier is de luidsprekere gemonteerd in een lange rechte pijp (soms opgevouwen). Met de juiste lengte kan de pijp afgestemd worden op de luidspreker, net als bij de basreflexkast en heeft dan vergelijkbare voor- en nadelen. Een bijzonder voordeel is dat 'ie plat tegen de muur in de hoogte gebouwd kan worden, en zo weinig vloer oppervlakte inneemt. Er bestaat ook een variant met meerdere pijpen van verschillende lengte.
Naar mijn weten is de niet onbekende "Pied Piper" volgens dit principe gebouwd.
Top


De hoorn luidspreker
Hier is de luidspreker gemonteerd aan het smalle eind van een wijduitlopende hoornvormige constructie.

 

           

   

De hoorn vormt een sterke akoestische demping voor de luidspreker waardoor de effecten van de de eigenresonantie beperkt blijven, en ook de conus uitslag gering is. Er kan een luidspreker met een korte spreekspoel gebruikt worden, en de intermodulatie vervorming is gering.
Een hoorn die ook bij lage frequenties goed werkt moet echter extreem groot zijn. Zelfs in een theaterzaal is 'ie een sta-in-de-weg. Voor huiskamer gebruik is de hoorn zo goed als niet niet bruikbaar voor de laagste frequenties.
In P.A. situaties wordt de hoorn wel vrij vaak gebruikt voor midden en hoge tonen.
Een ander nadeel van de hoorn is dat het geluid erg in 1 bepaalde richting straalt (denk maar aan de megafoon) Voor P.A. doeleinden kan dat prima zijn maar in de huiskamer willen we dat meestal niet.
Voor de techneuten: De hoorn vormt een soort "aanpas transformator" die de akoestische impedantie van de luidspreker aanpast aan de nogal afwijkende "karakteristieke impedantie" van de omringende lucht. Vandaar het hoge rendement en de sterke demping van de luidspreker.

Top


De gevouwen hoorn
Hier is de hoorn op een slimme manier opgevouwen. De meest bekende vorm is de Klipps-horn, die in de hoek van een kamer gemonteerd moet/kan worden. De kamer wanden vormen een deel van de hoorn. In sommige uitvoeringen komt er ook metselwerk aan te pas om e.e.a. trillingsvrij te realiseren.
Persoonlijk heb ik geen ervaring met deze construkties, en het lijkt me in veel gevallen onpractisch om er een stereo opstelling mee te realiseren.

Op de website van Klipps heb ik absurde prijskaartjes gezien, dus er is werk aan de winkel voor zelfbouwers.
Top


De transmission line kast
De luidspreker is hier gemonteerd aan het wijde eind van een gevouwen kanaal dat geleidelijk aan smaller wordt. Dat kanaal eindigt in de open lucht. Het netto effect is dat er weinig geluid uit die poort komt, het meeste reflecteert weer en gaat terug naar de luidspreker. Voor de techneuten: die poort heeft een sterke mis-aanpassing op de akoestische impedantie van de omringende lucht, dus net als bij een niet afgesloten kabel reflecteert de meeste energie.
Door een juiste hoeveelheid dempingsmateriaal in het kanaal te plaatsen wordt het geluid weggedempt. Het dempmateriaal wordt zogezegd dubbel gebruikt waardoor er een zeer effectieve demping is.
Er bestaan diverse commerciele versies in het wat dure segment, maar er zijn ook aantrekkelijke zelfbouw ontwerpen.
Hieronder foto's in het bouw stadium van de "State Of The Art", zoals dit ontwerp van ene meneer Atkinson heette.

In een afzonderlijk hoofdstuk vind je meer informatie over dit ontwerp, inclusief recensies, bouwtekeningen, bouwbeschrijvingen, etc. en nog wat tips.

 

   

 

   

 

In dit ontwerp zit ook een "vogelhuisje" voor de middentoner. Dat kooitje werkt als een gesloten box. Het oorspronkelijk ontwerp had ook nog een rijtje tweeters, maar omdat ik deze kast wilde combineren met elektrostatische weergevers vanaf ca. 400 Hz (Solosound) heb ik die weggelaten. 
In het achteronder is prima plaats voor een module met een voeding, drie eindtrap modules en een actief wisselfilter, zodat ook de luidspreker leidingen zeer kort zijn
Omdat zo'n constructie veel tussenschotten in de kast vereist hebben de kastwanden ook een grote stijfheid, waardoor kastwand resonaties niet gemakkelijk voorkomen. En als het gebeurt blijft het in de kast. Bijv. het middentoon kooitje vormt vrijwel geheel een "kast in een kast".

Nog een aardige van tijdens de bouw: Toen er nog geen dempmateriaal in zat was de resonantie frequentie van het totaal ongeveer 11 Hertz. Al bij 5 Hertz was er een duidelijke faseverschuiving te zien tussen stroom en spanning door/over de basluidspreker (KEF B139)

Het leeg gewicht, dus zonder luidsprekers of versterkers is ongeveer 40 Kg per stuk.

Top


Bijzondere modellen
De geschiedenis heeft uiteraard een veelheid van experimenten opgeleverd. Voor de bas weergevers dacht ik hier een redelijk volledige opsomming gegeven te hebben. Er zijn varianten van de bovengenoemde principes gebouwd waarbij de scheidingsmuur tussen twee kamers als vlakke baffle fungeerde, of waarbij een betonnen rioolpijp de kast van een gesloten box of een basreflex kast vormde. Dat is nog niet zo gek, want veel problemen met kleuring van het geluid zijn terug te voeren op resonanties van de kastwanden. Het gebruik van zware en dikke materialen helpt dan.
Voor de hoge tonen weergave wil ik 1 ongebruikelijk ontwerp noemen, de Conque, een frans ontwerp.
De Conque beoogde een oplossing te geven voor de sterke richtwerking van de ouderwetse hoge tonen luidsprekers, van vóór de komst van de dome tweeter.
De luidspreker was gemonteerd in een bescheiden kast (soms een bolvormige kast) en straalt omhoog. Op die kast staat een betonnen elliptische schelp van enkele decimeters hoog. (denk maar aan het gespitste oor van een kat of hond)
Het gebundelde geluid van de luidspreker reflecteert zodanig tegen de schelp dat het goed in alle richtingen verspreid wordt, zonder dat er grote fase fouten optreden.
Met de komst van de dome tweeter is het probleem van de richtwerking al voldoende opgelost zodat de conque tamelijk achterhaald is.
Top

Home