Basis-Elektronica deel 9   Elementaire schakelingen met transistoren.

 

Deze pagina is nog in aanbouw.

 

Werking van de transistor

De verschillende soorten transistoren, vergelijk met buizen.

De geaarde emitter schakeling

De geaarde collector schakeling

De geaarde basis schakeling

 

Darlington schakeling

Cascode schakeling

Long Tailed Pair

Stroomspiegel

 

Terug naar de Basis pagina

Home


Darlington

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Top


Cascode

Kenmerkend is dat de onderste transistor het te versterken signaal ontvangt op de basis (bij buizen het stuurroster, bij Fets de gate)  en dat de basis/stuurrooster/gate van het bovenste element aan GND ligt (in ieder geval voor signaal frequenties)
Het bijzondere van deze schakeling is dat er erg weinig hinder ondervonden wordt van de parasitaire capaciteiten die ik hier voor het gemak ingetekend heb als C1 en C2.  (Bij buizen noemen we dat de "Miller capaciteit". Bij transistoren speelt het zelfde verhaal, al zijn de getallen wat anders)

Bij de onderste trap "kijkt" de collector in de lage impedantie van de emittor daarboven; er is zo goed als geen spanningsversterking en het effect van C1 wordt niet vermenigvuldigd met een grote spannings versterking.
Bij de bovenste trap is er wel spanningsversterking, maar daar ligt de basis aan GND en wordt het effect van C2 ook niet vermenigvuldigd met die spanningsversterking, zals dat in een enkelvoudige trap wel zou gebeuren.

De cascode schakeling laat met vrij eenvoudige middelen een grote signaal bandbreedte toe.

 

 

 

 

 

 

Top


Long Tailed Pair

Kenmerkend zijn de transistoren Q1 en Q2  die met hun emittors (sources, kathodes) verbonden zijn aan een stroombron, hier gevormd door de stroomspiegel Q3 - Q4. (de "lange staart")


Q3 levert een constante stroom, onafhankelijk van de gemeenschappelijke spanning op +In en -In. Deze schakeling heeft een sterke "common mode" onderdrukking.
Anderszijds is de verschil-spanningsversterking vrij groot. De stroom van Q3 wordt over Q1 en Q2 verdeeld door de verschilspanning tussen +In en -In. 
Deze schakeling heeft een betrekkelijk lage differentiele ingangs impedantie; Bij geintegreerde operationele versterkers zie je vaak dat Q1 en Q2 uitgevoerd zijn als darlington.

Operationele versterkers hebben zo goed als altijd een long-tailed-pair als ingangs schakeling. Dat is vooral wegens de goede common mode onderdrukking die ermee bereikt kan worden. 

In schakelingen met discrete componenten worden in de emitter leidingen van Q1 en Q2 veelal weerstanden geplaatst. Die verminderen de doorgaans vrij hoge differentiele versterking. Je ziet dat nog al eens in schakelingen van eindversterkers. Meestal volgen er dan nog 1 of twee trappen die ook spanningsversterking leveren, en we willen de totale spanningsversterking niet te gek hoog maken om stabiliteits problemen te voorkomen.

 

 

 

 

 

 

Top


Home