Test je Oren: Over het gehoor
Zie ook: Column in de Volkskrant.
Bij
het meten van geluid en hoe
ons oor daarop reageert zijn de belangrijkste begrippen het geluidsdruknivo
(Sound Pressure Level, SPL) en de luidheid
(Loudness).
SPL
is een objectieve natuurkundige grootheid, die aangeeft welk akoestisch
vermogen er met een bepaald geluid geassocieerd is. Het wordt meestal
opgegeven
in dB waarbij 0 dB overeenkomt met een geluidsdruk van 20 micro-pascal.
Dat is
ongeveer het zachtste geluid dat het menselijk gehoor nog kan waarnemen
bij 2 -
4 kHz. (1 pascal = 1 Newton per m2)
SPL gaat met het kwadraat van de feitelijke
geluidsdruk in Pascal. Dat
komt omdat er nog een factor in het spel is, nl. de snelheid
waarmee de
lucht-deeltjes bewegen t.g.v. de drukverschillen. Het akoestisch
vermogen is
het product van die druk en die snelheid. De snelheid gaat evenredig
met de
feitelijke geluidsdruk, omdat de verhouding daartussen, de Akoestische
Impedantie, constant is voor lucht van atmosferische druk.
{ In feite is er hier sprake van een begripsverwarring. SPL is in feite vermogensdichtheid, alhoewel de naam alleen druk suggereert, en het meestal opgegeven wordt in (micro) Pascal. Geluids Druk (Sound Pressure) is de zuivere druk gemeten in (micro) Pascal. De Snelheid (Particle Velocity) wordt zelden genoemd omdat voor lucht van atmosferische druk die snelheid evenredig is met de geluidsdruk. (De evenredigheidsconstante is de Akoestische Impedantie). SPL is het product van Geluids Druk en Snelheid, en zou opgegeven moeten worden in Watt/m2, maar dan noemen we het weer Intseniteit (Intensity). Gefeliciteerd als je het nu snapt }
Geluidsdruk,
Snelheid en SPL
worden altijd opgegeven als RMS waardes.
Hieronder
een tabel met de
onderlinge verhoudingen.
|
Pressure [Pascal] |
Velocity [m/s] |
Intensity [W/m2] |
SPL [dB] |
Remark |
|
200 |
5 x 10-1 |
100 |
140 |
Boven de
pijngrens |
|
20 |
5 x 10-2 |
1 |
120 |
|
|
2 |
5 x 10-3 |
10-2 |
100 |
|
|
2 x 10-1 |
5 x 10-4 |
10-4 |
80 |
Boven dit nivo stelt de ARBO-wet beschermings maatregelen verplicht in de werksituatie. |
|
2 x 10-2 |
5 x 10-5 |
10-6 |
60 |
|
|
2 x 10-3 |
5 x 10-6 |
10-8 |
40 |
|
|
2 x 10-4 |
5 x 10-7 |
10-10 |
20 |
|
|
2 x 10-5 |
5 x 10-8 |
10-12 |
0 |
Ongeveer de
gehoordrempel |
Luidheid
is de subjectieve beleving van de sterkte van een geluid. Die beleving
is
nogal afhankelijk van de frequentie, de toonhoogte van het geluid.
Het
verband tussen SPL en
luidheid als functie van de frequentie wordt voor het menselijk gehoor
gegeven
door de Fletcher-Munson grafieken. Deze grafieken zijn ontstaan door
metingen
aan zeer veel proefpersonen. Uit deze grafieken valt af te lezen dat
bij
frequenties die afwijken van 1 kHz de subjectieve geluids beleving
flink anders
kan zijn (noot
1). Vooral bij de lagere frequenties neemt de
gevoeligheid snel af met de
frequentie, en nog sterker bij wat lagere geluidsnivo's.
De
onderste lijn van de
Fletcher-Munson krommes geeft de gehoordrempel aan.
Dat is het laagste
geluidsnivo dat nog net gehoord kan worden in een extreem stille
omgeving.
(Noot
1)
Deze
eigenschap van het
menselijk gehoor heeft geleid tot allerlei experimenten voor een z.g.
"fysiologische sterkteregeling" voor audio weergeef apparatuur. Idealiter
zou je
de volumeknop moeten kunnen terugdraaien, waarbij de hoogste en vooral
de
laagste frequenties wat minder verzwakt worden t.o.v. het middengebied,
om wel
een geringere luidheid te krijgen maar zo dat de subjectieve
verhoudingen
tussen hoog, midden en laag gelijk blijven. De meeste van deze
experimenten
zijn mislukt.
De "loudness" knop die
je op nogal wat versterkers aantreft zou die functie moeten hebben, dus
alles
verzwakken maar het laag en hoog wat minder, maar om puur commerciële
redenen
wordt er steevast niet verzwakt, maar worden alleen
het laag en hoog
opgehaald, zodat alles onnatuurlijk dik en vet gaat klinken, maar niet
zachter
wordt.
#a9PfaPf 
Fig
1. De Fletcher-Munson
krommes. De golvende lijnen geven de geluidsdruk (SPL, Sound Pressure
Level)
aan die nodig is om een bepaalde luidheid in Foon of Soon te krijgen.
(De Soon
is een wat verouderde eenheid en niet logaritmisch)
Bijv. om een luidheid van 40 Foon te ervaren is bij 1 kHz een
geluidsdruk van
40 dB nodig. Bij 20 Hz is er echter iets meer dan 90 dB nodig.
Hieronder een lijstje om een
ruwe indruk te krijgen van hoe hard of zacht diverse geluiden zijn:
140 dB Pijngrens.
120 dB Laag overvliegend straalvliegtuig.
100
dB
Langsdenderende vrachtwagen.
Luidste klap door
auteur gemeten in Concertgebouw vanaf puntje balcon.
80
dB
Spreker voor een flink publiek op 1m afstand.
Bij hogere
geluidsterkte stelt de ARBO-wet geluidsbeschermingsmaatregelen
verplicht in de
werksituatie.
60
dB
Rustige conversatie.
40
dB
Stil vertrek, nauwelijks geluid van buiten. In een
binnenstadshuis wordt dit nivo ook
's-nachts
doorgaans oversc#a9PfaPf hreden.
20
dB
Ritselende bladeren, nagenoeg windstil.
3
dB
Gehoordrempel.
Bij
het professioneel onderzoeken van
gehoorproblemen wordt er vooral gekeken naar die gehoordrempel. Een
verhoging
in bepaalde frequentiegebieden is een indicatie van min-of-meer
serieuze
gehoorschade. Audiologen
(zo heten de specialisten
op dit gebied) zullen vooral kijken naar gehoorverlies bij frequenties
die
belangrijk zijn voor het verstaan van spraak, omdat dat de meest
vergaande
sociale consequenties heeft. Dat is het frequentiegebied van pakweg 200
Hz tot
8 kHz.
In veel gevallen kan het gevolg
van een gehoorschade verholpen worden met een gehoorapparaat dat de
verzwakte
frequentiegebieden versterkt. Moderne gehoorapparaten kunnnen bijna
onzichtbaar
gedragen worden, dus je hoeft je er niet voor te schamen.
Gehoorschade
is vrijwel altijd
definitief, het geneest nooit meer.
De meest voorkomende
gehoorproblemen ontstaan door ouderdom en bij jongere mensen door
blootstelling
aan excessieve geluidsnivo's in de werkomgeving of door
disco/popconcert-bezoek
en het gebruik van "personal audio" apparaatjes op een veel te hoog
geluidsnivo. Denk niet dat het alleen om de consumptie van
pop-muziek
zou gaan; de wachtkamers van audiologen worden ook bevolkt door musici
uit de
klassieke symfonie-orkesten. Een
aantal
musici zit bijv. pal vóór de trompetten, en wat te denken van de grote
bekkens.
Een
gehoorprobleem dat niet
direct als schade getypeerd kan worden maar wel erg hinderlijk kan zijn
en ook
vrij veel voorkomt is bekend als tinnitus, oftewel oorsuizen. Een
veelvoorkomende variant is die waarbij je vrijwel continu een hoge
pieptoon
hoort, zoiets als het geluid van een rek met schakelende voedingen op
10 kHz.
Andere
meetbare eigenschappen
van het gehoor zijn vooral maskerings effecten. Dat wil zeggen dat je
in de
aanwezigheid van een bepaald geluid A niet meer in staat bent om een
ander
geuid B waar te nemen, afhankelijk van de sterktes en de frequenties
van A en
B.
Ook is er sprake van temporele maskering. Als een geluid A snel gevolgd
wordt
door een geluid B kan B niet meer waargenomen worden als het te snel op
A
volgt, afhankelijk van de aard, de sterkte en de duur van beide
geluiden. En zo
zijn er nog veel meer maskerings mechanismes bedacht en meetbaar
gemaakt.
Veel
inzichten over de werking van het gehoor (dat is de werking in het z.g.
slakkenhuis, maar ook de verdere verwerking in de hersenen) berust op
zulk soort metingen, zowel aan gezonde mensen als aan mensen met een
gehoorkwaal.
Weer
een ander aspect is hoe we
de richting waaruit een geluid komt herkennen. Het
blijkt dat het zowel
om looptijdverschillen gaat (een geluid van links komt eerder bij het
linkeroor
aan dan bij het rechter) maar ook klankverschillen spelen een rol: een
geluid
van links komt direct aan op het linkeroor, maar moet "om het hoofd"
lopen om het rechteroor te bereiken. Daarbij gaan er vooral wat hoge
tonen
verloren.
En
-last but not least- zijn er
de z.g. A-B-X tests, waarbij je eerst geluidsfragmenten A en B hoort
(er is
bekend wat A en B is), en daarna X, waarbij je moet "raden" of X=A
dan wel X=B. Het gaat er dan om hoe éénduidig je het verschil tussen A
en B
kunt horen.
Je kunt hierbij denken aan
muziekfragmenten (A) waaraan moedwillig een bepaalde hoeveelheid
vervorming is
toegevoegd (B). Of muziekfragmenten die met verschillende
compressietechnieken
zijn opgenomen. Of verzin nog maar iets...
Voor zulke tests kan de weergave
vaak net zo goed via een (hifi) versterker en de (hifi) luidsprekers in je
woonkamer plaats vinden.
In de Volkskrant van zaterdag 10 oktober stond een aardige column van Maarten Keulemans. Ik heb die met toestemming mogen overnemen.


